Synopsis by Verzet.org
Armband van het Joods Legioen uit 1917-1918. Het Joods Legioen, ingedeeld bij het Britse Leger,
bestond tijdens de Eerste Wereldoorlog uit drie bataljons: het 38ste (voornamelijk Joden uit G-B), 39ste (voornamelijk Joden uit de VS) en het 40ste Royal Fuseliers
met de Joden afkomstig uit Palestina (Eretz Israël).
Afbeelding links: Hoofdkwartier in 1945 in Antwerpen van de Joodse Brigade. De Jewish Brigade Group werd
opgericht in september 1944, telde zowat 5.500 Joodse soldaten en vocht aan de zijde van de Geallieerden voornamelijk in Noord-Italië. Na de oorlog werden afdelingen
van de Joodse Brigade overgebracht naar België, secties in Luik en Antwerpen, en naar Nederland. Hier zorgden zij voor de naoorlogse opvang van terugkerende en ontheemde Joodse overlevenden van de Holocaust (Displaced Persons - DP's)
De uitstekende documentaire Israel’s War History brengt het meest recente en zeer uitgebreide overzicht van de oorlogen die in Israël plaats vonden
en de geschiedenis van Israël en haar samenleving hebben bepaald. De documentaire begint in 1917 wanneer Generaal Edmund Allenby aan het hoofd van zijn Britse troepen
in 1917 voet aan land zet in Palestina en de stad Jeruzalem veroverde op de Turken. Tussen 19 en 21 september 1918 (Slag van Megiddo) heeft dan het uiteindelijke
treffen plaats en wordt het Turkse leger onder het bevel van Mustafa Kemal Atatürk verslagen. Hiermee komt een einde aan het Ottomaanse Rijk dat Palestina 400 jaar
lang heeft bezet en worden de Turken definitief verdreven uit het bijbelse Heilige Land gekend vanuit de oudheid.
Na de verovering breekt dan de periode aan van het Britse Mandaat Palestina die zal duren tot aan de onafhankelijkheid van Israël op 14 mei 1948. In 1920
wordt Sir Herbert Samuel aangeduid als de eerste Britse Hoge Commissaris voor Palestina en installeert zijn "Government House" (regeringskabinet) in
Jeruzalem. In 1917 was de oprichting van de Joodse staat Israël een stuk dichterbij gekomen door de Balfour-declaratie van 2 november 1917, genoemd naar
de Britse Minister van Buitenlandse Zaken James Balfour, die een overeenkomst sloot tussen Groot-Brittannië en delen van het uiteengevallen Ottomaans-Turkse
Rijk. De Balfour-declaratie voorzag na 400 jaar Turks-Ottomaanse overheersing een thuisland [national home] voor de Joden in Palestina.
Israel’s War History toont de Joodse migratiegolf die na de Balfourverklaring op gang kwam in de eerste jaren na het einde van de Eerste
Wereldoorlog. Duizenden Joodse migranten op de vlucht voor pogroms in Polen en de Sovjet-Unie komen legaal het land binnen en vestigen zich in Palestina
in nederzettingen (kibboetsen). Na de machtsovername op 30 januari 1933 door Adolf Hitler en vooral na de afkondiging van de rassenwetten in Neurenberg
in 1935 en de Rijkskristalnacht van 9 november 1938 komt een nieuwe exodus naar Palestina op gang. Echter, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, maakten
de Britten een einde aan Joodse immigratie door hun publicatie op 17 mei 1939 van het Britse Witboek (White Paper), dat de Joodse immigratie tijdens de oorlogsjaren
beperkte tot maximaal 75.000. En dat op het ogenblik dat de vernietiging van zes miljoen Joden plaats had. De Zionisten zullen het de Britten nooit vergeven!
Israel’s War History toont dan ook veel beelden van de illegale immigratie (Alijah Beth) die via gecharterde schepen van over gans Europa
een veilige thuishaven in Palestina trachten te bereiken.
Intussen was op 12 februari 1941 luitenant-generaal Erwin Rommel met zijn Duitse expeditieleger Panzergruppe Afrika (het Afrikakorps)
in Tunesië aan land gegaan in een poging om het strategische Suez-kanaal te veroveren. Tegen de zomer van 1942 was het Afrikakorps opgerukt tot in Egypte, tot het in twee veldslagen
in El Alamein (Al 'Alamyn) in november 1942 definitief in de pan gehakt door het Britse leger onder het bevel van Maarschalk Bernard Montgomery. Men kan zich
voorstellen dat indien de Duitsers Egypte hadden veroverd, Palestina binnen handbereik lag en de verovering van Jeruzalem - op nauwelijks een paar honderd kilometers van Jeruzalem! - door nazi-Duitsland slechts een kwestie van
enkele weken, misschien zelfs dagen, was geweest. De catastrofe voor de Joodse vluchtelingen zou hierdoor compleet zijn geweest.
Afbeelding rechts: 22 juli 1946. De Joodse ondergrondse Irgoen dynamiteert het hoofdkwartier van de Britse Strijdkrachten
voor Palestina en Jordanië in het King David Hotel, Jeruzalem
In Israel’s War History wordt dan ook in het eerste deel veel aandacht besteed aan de Groot-Moeftie Amin Al Hoesseini van Jeruzalem die na de
eerste migratiegolf na de Balfourverklaring op gang was gekomen en de Arabieren de oorlog verklaarden aan de Joodse immigratie en de Britse bezetter. Al van bij
het begin werden Joodse nederzettingen doelwit van de Arabische invallers. De Groot-Moefti toog voor zijn strijd tegen Britten en Zionisten naar Berlijn en maakte
afspraken met Adolf Hitler om de holocaust ook over Palestina uit te breiden. De Groot Moefti leverde tevens duizenden moslimarabieren aan de Waffen SS en richtte
de Kama- en de Handschaar Divisies op, die zij aan zij met de Duitsers de vernietiging van het Joodse volk beoogden. Palestijnse Joden namen massaal dienst
in het Britse leger om aan de zijde van Maarschalk Montgommery's leger de invasie van de nazi's in hun Eretz Israël af te weren.
Na de nederlaag van Erwin Rommel, en door de veranderde politiek van de Britten ten aanzien van de immigratie van Joden op de vlucht voor de Holocaust naar Palestina,
nam het verlangen naar een eigen onafhankelijke Joodse staat alleen maar toe. De Palestijnse Joden richtten verschillende ondergrondse strijdorganisaties op en richtten
hun strijd voortaan niet enkel tegen de Arabische terroristen van Groot-Moefti Al Hoesseini, maar ook en vooral tegen de Britten. Voorlopig hoogtepunt in de
onafhankelijkheidsstrijd voor Palestina die ook in Israel’s War History wordt gebracht is de bomaanslag van Irgoen op het King David Hotel in Jeruzalem op 22 juli 1946 waarbij 91 Britten
werden gedood (onder hen ook 15 Joden). In dit hotel was het hoofdkwartier van het Britse Leger voor Palestina en Jordanië gevestigd. In april 1948 kondigen
de Britten hun aftocht aan uit Palestina. Op 14 mei 1948 roept David Ben Goerion de onafhankelijkheid van Israël uit en opent haar grenzen voor alle Joden
in de wereld waar ze zich ook bevinden.
De Arabisch-Israëlische oorlog barst in alle hevigheid uit. Ei zo na wordt de Israëlische staat vernietigd wanneer de legers van zes Arabische landen,
Egypte, Syrië, Libanon, Jordanië, Saoedi-Arabië en Irak het land bijna onder de voet lopen. Egyptische Spitfires bombardeerden reeds op 15 mei 1948 Jeruzalem.
Een kentering in de oorlog kwam er wanneer de Israeli Air Force (tot dan nog een luchtmacht zonder vliegtuigen!) een aantal gevechtsvliegtuigen Avia S-199 (omgebouwde Messerschmitt Bf 109s van de Luftwaffe, gebouwd in Tsjechië) kan bemachtigen en op 3 juni 1948 de aanval inzette op
Egyptische tankbataljons en twee Egyptische Dakota bommenwerpers neerhaalde.
Vanaf januari 1949 verkrijgen de Israëli's dankzij hun Air Force opnieuw het overwicht in de
oorlog en moeten de Arabische buurstaten zware nederlagen incasseren. In april 1949 tekenen Israël en Trans-Jordanië een wapenstilstandsakkoord. Een jaar later annexeerde Jordanië eenzijdig de Westbank, annexatie
die enkel door Pakistan en... Groot-Brittannië werd erkend. Pas in 1988 zal Jordanië afzien van haar claim op de West Bank en het omstreden gebied,
tegen alle internationale afspraken in, overdragen aan de terroristische organisatie de PLO van wijlen [de Eyptenaar..] Jasser Arafat.
Afbeelding links: om een duurzame vrede te bereiken moet je met twee zijn. Karikatuur gemaakt door Rudolf Angerer (pseudoniem: 'RANG') op de
ontelbare vredesonderhandelingen die door Israël met hun Arabische buurlanden in de afgelopen 60 jaar werden gevoerd en telkens op niets uitdraaiden. De Arabische onderhandelaars bleken bij herhaling onbetrouwbaar te zijn die het bestaansrecht van Israël blijvend betwisten. Achteraf bezien leek het er meer op dat achter de vele vredesinitiatieven 'tijd winnen' steeds de achterliggende bedoeling is geweest. Het voorbereiden van een volgende Arabische aanvalsoorlog tegen de internationaal erkende onafhankelijke Israëlische staat, was wellicht de belangrijkste bekommernis.
Het vluchtelingenprobleem dat is ontstaan tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949, waarvoor de Arabische buurstaten zelf de grootste verantwoordelijkheid
dragen, blijven de Arabische buurstaten voor zich uitschuiven en blijven de Arabische vluchtelingen schaamteloos als onderhandelingsmunt misbruiken om hun enige
doel - de vernietiging van Israël - te bereiken. In feite springen de onderhandelingen af telkens weer blijkt dat zij er enkel op uit zijn om de
Israëlische staat te vernietigen en haar bevolking tot de laatste Jood uit te moorden. Aldus verkeert Israël sinds haar Onafhankelijkheid in 1948 in een permanente staat
van Oorlog en dat zal zo blijven totdat misschien ooit de Arabieren zullen inzien dat er enkel vrede kan komen in het Midden-Oosten vanaf het ogenblik dat zij
het bestaansrecht van Israël erkennen en de veiligheid van haar (Joodse) inwoners duurzaam zal garanderen. Als gevolg van die voorwaarden kunnen dan opnieuw pogingen
worden opgestart om normale betrekkingen aan te knopen waardoor pas dàn - en geen ogenblik eerder- alle problemen inclusief het vluchtelingenprobleem in permanent overleg
samen met de Arabische landen kunnen worden opgelost.
Israel’s War History gaat verder in op deze problematiek en brengt vakkundig het verloop van de oorlogen in beeld die na de Onafhankelijkheidsoorlog
nog zouden volgen alsmede de vele vergeefse vredesonderhandelingen die met de Arabieren werden gevoerd. De documentaire brengt verder de belangrijkste mijlpalen
van de geschiedenis van Israël in beeld. De beelden van de verschillende Israëli-Arabische oorlogen volgen elkaar op, begeleid van een pakkende commentaar.
De meeste voormalige premiers van Israël komen in beeld en werd uitvoerig geinterviewd waaronder Menachem Begin, Yitzchak Shamir, Yitzhak Rabin, Ariel Sharon,
Shimon Peres en Edud Barak.
Beluister hoe Menachem Begin worstelde met Israël's strijd, vanaf het ogenblik dat hij door de Britse bezettingsmacht werd geafficheerd als 'meest gezochte terrorist' na de bomaanslag op het King
David Hotel in 1946 tot aan het moment dat hij de architect werd van de vrede met de grootste vijand van Israël, tijdens de Israëlische vredesonderhandelingen
met Egypte dat tot een vredesverdrag leidde in 1979. Luister ook naar de levensloop van Yitzchak Rabin en zijn loopbaan beschrijft vanaf het ogenblik
dat hij als jonge soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger kampte, zijn periode als Stafchef van het Israëlische Leger tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967
tot de historische handdruk in het Witte Huis met Jasser Arafat, de meest gehate vijand van Israël. Voormalig premier Shimon Peres voegt een filosofische
dimensie toe aan de film door zijn kijk op vrede en oorlog en het Joodse volk.
De documentaire kijkt naar de wortels van het conflict en bestudeert de militaire strategie van Israël zoals zij zich ontwikkelde sinds de jaren '50, een benadering
zoals zij uitveorig wordt toegelicht door onder meer David Ben-Goerion, Yitzchak Rabin en Ariël Sharon. Israel’s War History belicht ook in het bijzonder
de evolutie binnen de gevechtseenheid van de Israëlische luchtmacht (Israeli Air Force), die in onze tijd algemeen als de beste luchtmacht van de wereld wordt beschouwd,
en hier wordt toegelicht door de voormalige luchtmachtcommandant en voormalig Stafchef van het Leger, Dan Halutz (Tel Aviv, °1948).
Halutz' vader kwam uit Iran. Hijzelf groeide op in de mosjav Hagor, gelegen in de kustregio Sharon. In 1966 werd hij in het Israëlische leger ingelijfd en kwam hij bij de luchtmacht terecht. Hij was een van de eerste piloten die in de Amerikaanse F-4 Phantom II-straaljagers mocht vliegen, toentertijd zeer moderne gevechtsvliegtuigen. Hij vocht mee in de Jom Kippoeroorlog van 1973 en in de Libanonoorlog van 1982. Tussendoor studeerde hij economie. In 2000 kreeg hij het bevel over de luchtmacht en was als zodanig verantwoordelijk voor diverse liquidaties door Israëlische gevechtsvliegtuigen en -helikopters van militante Arabieren tijdens de Tweede Intifada.
De DVD brengt ruim 120 minuten verslag uit vanaf 1917 tot aan de tweede Libanonoorlog in 2006. Om het verslag overzichtelijk te maken werd de documentaire ingedeeld
in verscheidene hoofdstukken:
1. 1917-1948 De Onafhankelijkheidsoorlog
2. 1948-1956 De Sinaï-Campagne
3. 1956-1967 De Zesdaagse Oorlog
4. 1967-1973 De Jom Kippoer oorlog
5. 1973-1982 Oorlog in Libanon
6. 1982-1991 De 1ste Intifada en de 1ste Golfoorlog
7. 1991-2005 Het Vredesproces en de 2de Intifada
8. 2005-2007 Het los laten van de oorlogsstrategie gevolgd door de 2de oorlog in Libanon

De beruchte handdruk onder het toeziend oog van Amerikaans president Bill Clinton in het Witte Huis te Washington, 13 september 1993
In het kader van de bereikte Oslo-akkoorden, schudde Israëls Premier Jitschak Rabin de hand van aartsrivaal Jasser Arafat, voorzitter van de
Palestijnse Autoriteit (PLO). Het volgende jaar op 10 december 1994 ontvingen Jasser Arafat, Yitzchak Rabin en Shimon Peres samen de Nobelprijs voor
de Vrede, ruim een kwarteeuw nadat Mohamed Anwar al-Sadat, president van Egypte en Menachem Begin, de toenmalige premier van Israël, hen in 1978 waren vooraf gegaan. Hoezo Prijs voor de Vrede? Welke vrede? Waar?
|