18 juli 1947. De achtentwintigjarige kapitein
Jossi Harel komt met zijn schip aan in de haven van Haïfa. Wekenlang heeft hij onder erbarmelijke
omstandigheden op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren met 4515 passagiers aan boord. Hij heeft deze mensen, voornamelijk joodse vrouwen en kinderen die jaren van
vervolging en concentratiekamp doorstaan hebben, naar het
beloofde land gebracht. Maar in Haïfa worden de uigeputte vluchtelingen door de Britten
teruggestuurd, en er begint een verschrikkelijke dwaaltocht langs de kusten van Europa, die voor velen tenslotte eindigt in een vluchtelingenkamp, nota bene
in Duitsland!, in de buurt van Hamburg.
Deze gebeurtenis wekte destijds in Europa verontwaardiging en woede - hier werd wel heel erg met mensen gesold, en uitgerekend met de mensen die tijdens de
oorlog het meest gelden hadden. Kapitein Jossi Harel heeft vijftig jaar lang over zijn ervaringen gezwegen. Yoram Kaniuk heeft hem weten te overreden zijn
verhaal te doen. Exodus is een nauwgezet verslag van de verschrikkingen die vijftig jaar geleden op het schip plaatsvonden.
Yoram Kaniuk werd in 1930 in Tel Aviv geboren. Hij nam deel aan de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 en raakte zwaar gewond. Hij woonde in
Frabkrijk en de Verenigde Staten. Sinds geruime tijd woont hij weer in Israël. Bij Meulenhoff verschenen van hem de romans
Adam, hondezoon,
Bekentenissen van een goede Arabier en
Post Mortem.
Miriam Algazi was erbij en herrinnert het zich nog goed, toen ze met 4.500 inscheepten in het Franse Port-de-Bouc en het schip onder Britse druk werd
opgehouden in de nabije haven van Sète: "
Wij zaten opeengehoopt op een veel te klein schip, maar iedereen wilde weg uit Europa.
De bemanning van de Hagganah wist ons zonder loods buiten het toegangskanaai van Sète te krijgen. Later, toen we ons al in Israël waanden, kwamen zeven Britse
oorlogsschepen rond ons varen. Wij bekogelden hen met konservenblikjes, stenen hadden wij niet. Eén van de Britse kommandanten werd geraakt, en zijn schip werd
teruggetrokken. De anderen brachten ons tot in HaÏfa. maar we werden niet binnengelaten. Opnieuw werden wij de zee opgestuurd. Er waren kinderen aan boord,
en zwangere vrouwen. Iedereen zat op elkaar gedrumd. Twee en een halve maand bleven wij rondvaren. Nergens waren wij welkom. Uiteindelijk kwamen wij terug in
Duitsland. Stel je voor, de hele wereld wees ons af en we moesten terug aan land in Hamburg, voor ons het symbool van de nazi's." Bron:
17 februari 1988, Mon Vanderostyne op MVO Producties