|
Frankrijk bezet
Ongetwijfeld de grootste en meeste bekende verzetsheldin van Frankrijk was Lucie Aubrac (29.06.1912-2007). Als mede-oprichtster van Libération-Sud, één
van de belangrijkste en meest actieve verzetsgroepen van de Franse Résistance tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd zij door haar onverschrokken moed, gewaagde acties en
niet aflatende inzet, het icoon van het Franse verzet.
Lucie, geboren op 29 juni 1912 te Parijs als Lucie Bernard, was al op jonge leeftijd een geval apart. Na haar uitstekende studies in het lager onderwijs legde ze met succes haar ingangsexamen af
aan de Normaalschool om onderwijzeres te worden. In de besloten sfeer van het internaat had ze al meteen moeite met het dragen van een schooluniform en,
op 17-jarige leeftijd, installeert ze zich op een appartementje in Parijs. Om haar studies en onderhoud te bekostigen werkt ze als afwaster (plongeuse) in de
Parijse restaurants.
De Joodse Franse premier Léon Blum, de leider van het Front Populaire
Het zijn roerige tijden tijdens het interbellum, Hitler is in 1933 in Duitsland aan de macht gekomen en de nazi's hebben ook in Frankrijk hun
aanhangers. Bezorgd over het opkomende nationaal-socialisme, richt de Joodse politieker Léon Blum (1872-1950) in november 1935 de socialistische
partij Front Populaire (Volksfront) op. Het Front Populaire was een linkse coalitie van een aantal socialistische partijen waarin ondermeer ook
de PCF (Parti Communiste Français = de Franse communistische partij) zetelde. Tijdens deze woelige jaren van economische crisis en politieke omwentelingen raakt ook
Lucie Aubrac in de ban van revolte en verzet. Ze raakt in contact met jonge Polen, Hongaren, Roemenen en Duitsers die naar Frankrijk gevlucht zijn voor het opkomend
fascisme in Duitsland en Italië. Wanneer zij naar aanleiding van de Olympische Spelen in 1936 Berlijn bezoekt, wordt ze geschokt door het virulente antisemitisme
dat Duitsland in de ban houdt. Terug in Frankrijk engageert zij zich bij jonge communistische partizanen waarvoor ze in de straten van Parijs en tijdens de vele
protestmeetings colporteert met linkse propagandabladen en -magazines.
Ook extreemrechts dat openlijk met de Duitse nazi's en Italiaanse fascisten dweepte begon zich te organiseren. Bekende organisaties waren bv.
La Cagoule (=de bivakmuts) opgericht door Eugène Deloncle. La Cagoule was de bijnaam van Organisation secrète d'action révolutionnaire nationale.
Ook het monarchistische l'Action française van Maurice Pujo en van huisideoloog Charles Maurras werd gevreesd. De Action Française was in 1898 opgericht ten tijde
van de Dreyfuss-affaire die gans Frankrijk verdeelde en A.F. nam openlijk stelling tegen hen die het opnamen voor de Joodse kapitein Dreyfuss. Alfred Dreyfuss werd valselijk
beschuldigd voor landverraad, werd veroordeeld en enkele jaren opgesloten op het beruchte Duivelseiland (l'Ile du Diable). Later bleek zijn onschuld en werd hij
gerehabittileerd. Het proces tegen Dreyfuss werd ondermeer verslaan door de journalist Theodore Herzl, die hieruit concludeerde dat ook na een perfecte integratie zoals
Dreyfuss toch duidelijk bewezen had, geen waarborg vormde tegen antisemitisme en vervolging. Geïnspireerd door de Zaak Dreyfuss begon Herzl sindsdien te ijveren voor de
oprichting van een onafhankelijke Joodse staat.
Intussen had in mei 1936 Léon Blum met zijn linkse coalitieblok de parlementaire verkiezingen overtuigend gewonnen en werd de nieuwe eerste-minister van
het land. De socialist Blum, de eerste Jood ooit die zulke hoge positie in Frankrijk kon bereiken, groeide net zoals Alfred Dreyfuss achtendertig jaar voordien, voor
extreemrechts uit tot hèt ultieme 'bewijs' voor het bestaan van het denkbeeldige Joods-bolsjewistische complot. Blum voert nog een aantal belangrijke sociale
hervormingen door maar wanneer in juli 1936 de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt, moet hij de Franse positie bepalen tov het Spaanse conflict. Hij roept op om het
gelijknamige Spaanse Frente Popular-kabinet te steunen tegenover de militaire staatsgreep, geleid door onder meer Emilio Mola, Generaal Francisco Franco
en José Sanjurjo.
José Giral, de eerste-minister van de wettig verkozen Frente Popularregering in Spanje, roept de Franse regering om dringende materiële hulp en Blum stemt er aanvankelijk mee in om vliegtuigen en artilleriewapens
naar Spanje te zenden. La Cagoule en Action Française verwelkomen het regime van Franco en zullen na de inval van de nazi's in Frankrijk ook hun steun geven
aan het collaborende Vichy-regime van generaal Pétains. La Cagoule aarzelde niet om geweld te gebruiken en zelfs een bommencampagne te lanceren. Zo vernielde twee bomaanslagen
op 11 maart 1937 de inboedel van het Franse patronaat en van de l'Union patronale interprofessionnelle te Parijs.
Onder druk van de Britse regering, geleid door Stanley Baldwin en Anthony Eden en door meer rechtsgezinde medewerkers binnen zijn kabinet,
moet hij zijn mening herzien en roept tot veler verbazing en ontgoocheling alle andere landen in Europa om niet tussenbeide te komen in de Spaanse Burgeroorlog.
Deze onbegrijpelijke ommekeer wordt hem niet in dank afgenomen door zijn coalitiepartner de PCF, de Franse communisten, die prompt grote demonstraties
organiseert tegen de non-interventiepolitiek van het regeringskabinet van Léon Blum. Het land staat spoedig in rep en roer, er vallen vele doden en gewonden en op 22 juni 1937 valt het kabinet van Blum en wordt hij vervangen door Camille Chaumtemps. Opnieuw
in de oppositie beland en vrij van alle druk lanceert Blum een nieuwe campagne om de non-interventiepolitiek tegen Spanje te beëindigen. Op 13 maart 1938 wordt Blum opnieuw
eerste-minister en heropent onmiddellijk de grens met Spanje om grote zendingen militair materiaal toe te laten in de strijd tegen Franco. Blum komt andermaal
onder grote extreemrechtse druk te staan door politieke figuren zoals de oorlogsheld van WO I Maarschalk Henri-Philippe Petain en Maurice Gamelin.
Op 10 april 1938, wordt het kabinet van Léon Blum opnieuw ten val gebracht en wordt hij vervangen door Edouard Daladier als eerste-minister. Wanneer Duitsland
in mei 1940 Frankrijk aanvalt, kan Blum ontsnappen naar het niet bezette zuiden van Frankrijk, waar Pétain in Vichy zijn collaborerend kabinet opricht. Pétain zal
in oktober 1940 de aanhouding van Blum bevelen. Samen met Edouard Daladier en Paul Reynaud zal Blum in februari 1942 door het Vichy-regime voor landveraad veroordeeld worden
en door Pétain uitgeleverd worden aan de nazi's die hem tot aan de Bevrijding in 1945 opgesloten houden in verscheidene concentratiekampen tot hij
in mei 1945 uit het KZ Buchenwald zal bevrijd worden door de Amerikanen.
Lucie en Raymond in het verzet
Parallel aan al deze ontwikkelingen tijdens deze turbulente dertiger jaren, en haar militante deelname ter linkerzijde,
blijft Lucie Aubrac daarnaast verder studeren. Zij studeert af aan de Sorbonne en behaalt haar baccalauréat in geschiedenis. Met twee diploma's in
geschiedenis en aardrijkskunde op zak, kan zij in Straatsburg (Strasbourg) als professor in geschiedenis aan de slag. Zij engageert zich in linkse intellectuele
middens en constateert in vele westerse Europese landen de gestage opkomst van fascistische groepen en partijen en sluit zich aan bij de Franse Communistische
Partij. In de zomer van 1936 maakt zij een reis naar de Duitse hoofdstad Berlijn, waar op dat ogenblik de Olympische Spelen van 1 tot 16 augustus 1936 worden gehouden.
Hier is ze ooggetuige van de brutaliteit van het nazi-regime en haar virulente antisemitisme. Terug in Straatsburg leert zij in 1938 de Joodse Raymond Samuel kennen.
Raymond (º31 juli 1914-) is een jonge in de Verenigde Staten afgestudeerde burgerlijk ingenieur in bruggen- en wegenbouw. Het stel begint uit te gaan, dineren
samen, dansen en worden verliefd op elkaar. Ondanks de toenemende oorlogsdreiging stapt het stel op 14 december 1939 in het huwelijksbootje.
Nauwelijks zes maanden later opent Duitsland de oorlog tegen het westen. Zowel de Nederlandse als de Belgische regering slaan op de vlucht en zullen enkele maanden
later in Londen een regering in ballingschap oprichten. De eigengereide Koning Leopold III ondertekent op 28 mei 1940, en dat zonder instemming van de Belgische
regering, de capitulatie van België. Hierdoor ligt de weg naar Frankrijk open voor de nazi's. Frankrijk dat in de jaren vooraf een verdedigingslinie, de zogeheten
Maginotlinie, had gebouwd aan haar grenzen met Duitsland, moest lijdzaam toezien hoe de Duitsers deze verdedigingslinie omzeilden door via de Belgische Ardennen
eerst België binnen te trekken, waarna Nederland en Luxembourg in enkele dagen tijds onder de voet worden gelopen.
In het Franse Duinkerken (Dunkerque) kunnen enkele honderdduizenden geallieerde Britse en Canadese troepen, met achterlating van al hun militair materiaal, maar ternauwernood
ontkomen naar Engeland. In het noorden van Frankrijk worden hevige gevechten geleverd waarbij zo'n 90.000 Fransen in zes weken tijd het leven verloren. Er komt een reusachtige
vluchtelingenstroom op gang, de grootste uit de geschiedenis tot dan toe. Een kwart van de Franse bevolking, zowat acht tot tien miljoen Fransen, grabbelen hun hebben
en houden bij elkaar en vluchten, opgejaagd door de snelle opmars van het Duitse leger, naar het westen en het zuiden van Frankrijk. Bij die stroom vluchtelingen
hebben zich ook nog zo'n twee miljoen Belgen en Nederlanders gevoegd. De chaos op de Franse wegen is compleet.
Generaal Charles De Gaulle spreekt voor de BBC-radio vanuit Londen het Franse volk toe
Na enkele weken is het voorbij en om verder bloedvergieten te vermijden leggen de Fransen op 24 juni 1940 de wapens neer. Nazi-Duitsland bezit op dat ogenblik ongeveer
drie vijfde van het Franse grondgebied, en laten het zuid-oostelijke deel van Frankrijk in de handen van de nieuwe Vichy-regering. Het Vichy-regime werd geleid door oorlogsheld
van de Eerste Wereldoorlog maarschalk Philippe Pétain die zijn kabinet op 10 juli 1940 installeerde in Vichy. De zuidelijke zone, de zgn. 'Zone Libre', bleef onder de controle van het Vichy-regime
tot wanneer de Geallieerde Strijdkrachten landden in Frans Noord-Afrika in november 1942 en Zuid-Frankrijk door de nazi's definitief wordt geannexeerd. Maarschalk Pétain zal
stilaan verregaand collaboreren met de nazi's en zelf de Jodenvervolging in handen nemen. Intussen zijn vele Franse regeringsleden van het vooroorlogse kabinet kunnen
ontkomen en richten een regering in Ballingschap op die zal trachten vanuit Londen het verzet te coördineren en de Bevrijding voorbereiden.
In Londen is intussen ook generaal Charles De Gaulle (1890-1970) (toen nog kolonel De Gaulle) op 17 juni toegekomen en zal er tot het einde van WOII
in het Franse oorlogskabinet zetelen. Vanuit de Britse hoofdstad richt De Gaulle op 18 juni 1940 via de radio zijn beroemde Appel du 18 Juin tot de Fransen, waarbij
hij hen oproept om niet gedemoraliseerd te raken en de strijd tegen de nazi's in de clandestiniteit verder te zetten: "La défaite est-elle définitive ? Non ! [..] la flamme de la Résistance française
ne doit pas s'éteindre et ne s'éteindra pas." La Résistance (het Franse verzet) zal voor de ganse duur van de oorlog zich blijven inspireren op deze hoopgevende
toespraak van De Gaulle. Op 4 juli 1940 zal onder het Vichy-regime het hooggerechtshof in Toulouse De Gaulle bij verstek tot vier jaar gevangenisstraf veroordelen, en tijdens
een tweede proces werd hij op 2 augustus 1940 zelfs ter dood veroordeeld voor het uiten van bedreigingen tegenover het Vichy-regime[sic].
Afbeelding rechts: Jean Moulin 'MAX' als prefect in Eure-et-Loir in 1940
Ook Lucie en Raymond Samuel hebben de oproep van De Gaulle vernomen en zullen die resoluut opvolgen. Zij bevinden zich in Parijs wanneer het oorlogsgweld uitbreekt
en Raymond wordt in juni 1940 gearresteerd en opgesloten. Gebruikmakend van de chaos van de eerste weken van schermutselingen slaagt Lucie erin om haar echtgenoot
uit de gevangenis van Sarrebourg te bevrijden en ze vluchten samen naar de Zone Libre (het niet bezette deel in Zuid-Frankrijk) en vestigen zich in Lyon.
Het koppel, dat over twee visas beschikt, zou naar de Verenigde Staten kunnen ontkomen, maar besluiten in de ware geest van verzet om in Frankrijk te blijven. Vanaf dan neemt het echtpaar Lucie Bernard en
Raymond Samuel de schuilnaam Aubrac aan. Zij zullen voor de rest van hun leven bekend blijven als Lucie en Raymond Aubrac en na de oorlog
Aubrac adopteren als hun nieuwe familienaam.
Lucie geeft officieel les in geschiedenis aan jonge meisjes aan het Lyceum Edgard Quinet van Lyon, maar het koppel leidt daarnaast een dubbelleven in het clandestiene
Franse verzet in en om Lyon. Steeds blijven ze op zoek naar wapens en geld om het verzet te ondersteunen. In mei 1941 wordt het eerste kind van Lucie en Raymond
geboren, Jean-Pierre Samuel. Lucie neemt haar zoontje regelmatig mee naar samenkomsten van de van verzetsleiders zoals Jean Moulin (20 juni 1899-8 juli 1943), die in 1939 prefect van het département Eure-et-Loir was geworden. In juni 1940 werd Jean Moulin
gearresteerd door de Duitsers omdat hij had geweigerd een Duits document te ondertekenen, een 'bewijs' dat de schuld van het Senegalese bloedbad, in de zomer van 1940
door de Duitsers op Franse zwarte Tirailleurs Senegalais in West-Afrika uitgevoerd, onjuist bij het Franse leger had gelegd. In november 1940 beval het
Vichy-regime alle prefecten om alle linkse burgemeesters te ontslaan. Toen prefect Jean Moulin dit weigerde werd hij zelf uit zijn ambt gezet. Hij vertrok toen naar
Saint-Andiol in Bouches-du-Rhône, en voegde zich prompt bij het Franse verzet.
In de zomer van 1941, kort na de inval van Duitsland in Rusland, was in Frankrijk de verzetsgroep Libération (=Bevrijding) opgericht. Het is één
van de acht belangrijkste verzetsbewegingen van Frankrijk die samen deel uitmaken van de Conseil National de la Résistance (CNR). Libération
kende twee afdelingen met name Libération-Nord (in het door de Duitsers bezette noordelijke deel van Frankrijk) en in de Zone Libre (Vichy-Frankrijk) wordt
door Emmanuel d'Astier de la Vigerie de afdeling Libération-Sud opgericht waar Lucie en Raymond Aubrac toetreden en er al gauw
de leiding van nemen. Korte tijd later zal Raymond Aubrac er een militaire eenheid aan toevoegen en er de leiding van nemen.
Foto rechts: klik op de afbeelding om een vergroot beeld van de Libération / nr 25 van maart 1943 / te bekijken
In juli 1941 lanceert Raymond Aubrac samen Emmanuel d'Astier het illegale sluikblad Libération van de verzetsbeweging met dezelfde naam. Van het eerste
nummer worden 10.000 exemplaren gedrukt en verspreid. Lucie en Raymond schrijven mee het blad vol en zorgen voor de verspreiding. Het sluikblad wint snel aan
populariteit. Met een oplage tot aan 1944 van 200.000 exemplaren groeit het sluikblad uit tot het belangrijkste en meest verspreide verzetsblad van gans Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de arrestatie van haar hoofdredacteur
Louis Martin-Chauffier hield Libération er noodgedwongen korte tijd mee op maar verscheen onmiddellijk na de Bevrijding van Frankrijk op 21 augustus 1944 opnieuw
en zal nog twintig jaar blijven voortbestaan tot het in 1964 definitief werd opgedoekt.
In september 1941 reisde Jean Moulin naar Londen en had er een ontmoeting met Generaal Charles de Gaulle, die hem vroeg om de verscheidene verzetsgroepen samen
te brengen wat resulteerde in de oprichting van de overkoepelende organisatie de Conseil National de la Résistance (CNR) waarvan hij de leiding nam.
Op 1 januari 1942 werd Jean Moulin aan een valscherm gedropt in het Franse Alpilles. Onder zijn codenamen 'Rex' en 'Max' legde hij contacten met de leiders van de belangrijkste
verzetsgroepen zoals Henri Frenay (Combat); Emmanuel d'Astier en het verzetskoppel Lucie en Raymond Aubrac (Libération-Sud); Jean-Pierre Lévy (Francs-Tireur);
Pierre Villon (Front National, niet dezelfde als het huidige Front National integendeel), Generaal Charles Delestraint (codenaam Vidal, chef van l' Armée Sécrête en staflid van Combat) en Pierre Brossolette
van de verzetsgroep Comité d'Action Socialiste.
In de klauwen van Klaus Barbie, de Slager van Lyon
Na het begin van Operatie Toorts van 8 november 1942 waarbij Brits-Amerikaanse legers ontschepen in Noord-Afrika en optrekken vanuit Casablanca naar Algerije
en Tunesië. In het voorjaar van 1943 zullen zij het Afrika Korps o.l.v. de Duitse Maarschalk Erwin Rommel zware nederlagen toebrengen. Drie dagen na de ontscheping van
de Geallieerde Legers in Noord-Afrika, 11 november 1942, wordt het Vichy-regime door de nazi's opzij geschoven en wordt het tot dan relatief vrije Zuid-Frankrijk, de zgn. 'Zone Libre', ingelijfd bij
het Derde Rijk. Vanaf dan breken er de volgende zeven maanden zware tijden aan voor het verzet die in de voormalige Zone Libre voornamelijk actief waren binnen
de verzetsgroepen Libération-Sud, Combat en Franc-Tireur.
Jean Moulin wordt belast met de taak om te trachten al deze verzetsgroepen in een stevig samenwerkingsverband
te brengen onder de naam Mouvements Unis de Résistance (MUR). Op 27 januari 1943 ondertekenen de verzetsleiders het akkoord dat Moulin
(codenamen 'REX' en 'MAX') hen had voorgelegd. Moulin trekt op 14 februari 1943 opnieuw naar Londen om met generaal De Gaulle overleg te plegen. De Geallieerden
zijn in hoog tempo begonnen aan de opbouw van een reusachtig invasieleger dat pas op 6 juni 1944 zal ontschepen op de stranden van Normandië in Frankrijk. De Gaulle
wil het Franse verzet volledig inschakelen als een geheim leger in dienst van de nakende D-Day. Moulin krijgt nieuwe instructies en keert op 20 maart 1943 terug
naar Lyon.
Ook de nazi's zijn op de hoogte van het gevaar van de nakende invasie en de ondersteunende en saboterende rol die het Franse verzet moet vervullen aan de zijde
van de bevrijders en dan vooral de periode direct voorafgaand aan de Bevrijding. Om het verzet aan te pakken en eveneens de Jodenjacht te organiseren in Zuid-Frankrijk waar vele Joden tot november 1942 waren heen gevlucht, wordt de beruchte SS-Hauptsturmführer Klaus Barbie (1913-1991) vanuit
Nederland naar het Franse Dyon gezonden. Barbie was in 1940 eerst naar Den Haag en toen naar Amsterdam gezonden waar hij de klopjacht en deportatie van de Joodse gemeenschap
van Amsterdam organiseerde. Barbie werd al snel berucht om zijn wrede methodes. Toen een Joods-Duitse ijsverkoper hem niet juist salueerde knuppelde Klaus Barbie
hem in het openbaar dood. Zijn collega kreeg de kogel. Voor deze gruweldaad ontving Klaus Barbie zijn eerste IJzeren Kruis. Barbie zal het meest berucht worden
door het aanhouden van belangrijke verzetsleiders en dan vooral door de moord op Jean Moulin. Zijn bijnaam de Slager van Lyon zal hij 'verdienen'
toen op bevel van Klaus Barbie op 6 april 1944 de Gestapo binnenviel in het weeshuis van de gemeente Izieu en er 44 Joodse kinderen liet oppakken. Op één na werden
zij allemaal vermoord in KZ Auschwitz of stierven voor het vuurpeleton.
Afbeelding links:
antisemitische poster op een tentoonstelling te Parijs
In november 1942 neemt Barbie, als kersverse locale hoofd van de Gestapo, zijn intrek in Hôtel Terminus te Lyon. Hij had rondom zich een staf
van 25 geharde officieren verzameld. Zijn actieterrein strekte zich niet enkel uit tot Lyon maar ook over het ganse gebied van de Jura alsook de politiedepartemten
van Hautes-Alpes en Grenoble. Klaus Barbie en zijn Sectie 4 deporteerden duizenden Joden naar concentratiekampen en honderden Fransen die verdacht werden van verraad en
vele verzetsleden werden vermoord. Zelfs willekeurige burgers op de straat liepen kans opgepakt te worden door Barbie en naar zijn kantoor in het chique Hôtel Terminus gebracht te worden, om te worden gefolterd totdat ze iets belangrijks
zeiden of totdat Barbie verveeld raakte. De ondervragingsmethoden in het Hôtel Terminus waren bijzonder wreed, Barbie gebruikte zwepen, knuppels, amputaties,
uithongering en onderdompeling in een bad tot het slachtoffer buiten bewustzijn raakte. (Hôtel Terminus bestaat nog steeds maar sinds 1989 onder de naam
"Hôtel Pullman Perrache" en sinds 1996 als "Grand Hôtel Mercure Château Perrache".)
In de jacht op communisten, verzetsleden en Joden, werd Barbie gretig bijgestaan door de MILICE. De MILICE was niets meer of minder dan de
Franse GESTAPO. Deze organisatie was opgezet na een overduidelijke wenk van Hitler zelf aan de Vichy-leider Pierre Laval, dat er in Frankrijk een krachtige en
efficiente eenheid ter bestrijding van het `terrorisme' (lees: het verzet, het Franse La Résistance) diende te komen. De MILICE werd gevormd door
Emile-Joseph Darnand (1897-1945), die net zoals Maarschalk Pétain een oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog was. Darnand schopte het bij de
Franse afdeling van de Waffen-SS dra tot SS-Obersturmführer. Al in 1941 gaf hij gevolg aan Pétains oproep - `een nieuwe geest' - door het stichten van een
door-en-door fascistische organisatie, Le Service d'Ordre Légionnaire, met het doel "...te strijden tegen de democratie, tegen de Gaullistische dissidentie
en tegen de 'Joodse plaag'."
Joseph Darnand (afb. rechts) was het ideale nazi-instrument. Met zijn vuurpelotons deed hij de ronde langs de Franse gevangenissen, hield geheime rechtszittingen en sprak `doodvonnissen'
uit, om die vervolgens zelf uit te voeren. In Lyon, waar de MILICE werd aangevoerd door Joseph Lecussan, trad deze moordenaarsbende wel heel bloeddorstig en wreed
op met z'n executies in het diepste geheim en in nauwe samenwerking met de Gestapo. Lecussans rechterhand, Paul Touvier, had de leiding over een peloton van circa
dertig leden van de MILICE; en hij trad zo gruwelijk op dat hij eens zelfs door de Vichy-gendarmerie werd gearresteerd en pas vrij werd gelaten na tussenkomst van
de GESTAPO. Eind 1943 telde de Milice al 35.000 leden en wordt SS-Sturmbannführer Darnand in december '43 hoofd van de [geheime] politie van Vichy. Na de Tweede
Wereldoorlog zal Darnand naar het buitenland vluchten waar hij in Italië door de Geallieerden werd opgepakt. Darnand, één van de grootste oorlogsmisdadigers die
Frankrijk ooit had gekend werd op 3 oktober 1945 ter dood veroordeeld en op 10 oktober 1945 geëxecuteerd.
In maart 1943 begint zich het net rondom het Franse verzet in Zuid-Frankrijk dat door Barbie werd opgezet te sluiten. Op het ogenblik dat Jean Moulin nog in Londen is
worden op 13 maart 1943 een twintigtal verzetleden, waaronder drie verzetsleiders van de militaire sectie van Libération-Sud, gearresteerd. Raymond Aubrac
(codenamen François Vallet en Aubrac), Serge Asher (codenaam Ravanel) en Maurice Kriegel (codenamen Fouquet en Valrimont) worden opgesloten in de Saint-Paul
gevangenis en ondervraagd door leden van de Gestapo. Aubrac wordt twee maanden later, 13 mei 1943, weer vrijgelaten en duikt weer onder in de clandestiniteit.
Echter niet voor lang...
René Hardy, dubbelagent of verrader?
Op 7 juni 1943 werd de Franse verzetsman René Hardy (alias Didot) opgepakt door de Gestapo, verhoord door Klaus Barbie en was blijkbaar nogal vrij snel
tot bekentenissen over gegaan. Twee dagen later, 9 juni 1943, wordt de chef van l'Armée Sécrête generaal Charles Delestraint opgepakt door de Gestapo, waarschijnlijk
als gevolg van het verraad van René Hardy (codenaam Didot). Delestraint wordt verhoord en zwaar gefolterd en zal later in juli 1943 als Nacht und Nebel-gevangene gedeporteerd worden
naar KZ Struthof in de Elzas. In september 1944 wordt hij overgebracht naar KZ Dachau waar hij op 19 april 1945 zal worden vermoord, nauwelijks tien dagen voor de
bevrijding van het kamp door de Amerikanen. Jean Moulin roept een crisisvergadering bijeen om ondermeer een vervanger aan te duiden voor Delestraint. Die meeting
zou doorgaan op 21 juni 1943 in de dokterspraktijk Dr. Frédéric Dugoujon op de Place Castellane in Caluire, een heuvelachtige voorstad van Lyon.
Nauwelijks zijn de verzetsleiders onder leiding van Jean Moulin samengekomen wanneer een Duits Sonderkommando onder aanvoering van Klaus Barbie, binnenvalt en alle aanwezigen arresteert. Acht leiders van het verzet waaronder
Jean Moulin, kolonel Emile Schwarzfeld (codenaam Blumstein), André Lassagne, Henri Aubry, Bruno Larat en Raymond Aubrac werden opgesloten in de beruchte gevangenis
Montluc te Lyon. Ook Kolonel Albert Lacaze, de gedoodverfde opvolger van Delestraint, behoorde tot de gearresteerden. Het enige aanwezige verzetslid dat wel onmiddellijk
weer werd vrijgelaten was... René Hardy! De bijeenkomst en haar rampzalige afloop zijn omgeven met raadsels en tegenstrijdigheden, die al eerder hebben geleid tot speculaties omtrent Hardy's al dan niet vermeende 'verraad'. Tot op heden blijft de
Affaire Caluire de Fransen beroeren en wordt het mysterie in Frankrijk op dezelfde hoogte geplaatst als de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy
op 22 november 1963 in Dallas (Texas).
De verzetsmannen werden in de gevangenis zwaar gefolterd en door Klaus Barbie persoonlijk hard aangepakt. Jean Moulin (afb. rechts) zal het niet overleven. In juli 1943 besloot Barbie om Jean Moulin, op dat ogenblik meer dood dan levend, naar Berlijn over te brengen en als trofee aan Hitler te
schenken. Het is niet geheel duidelijk hoe Moulin is gestorven (vermoord of overleden aan zijn verwondingen?) Hij werd tijdens zijn transport misschien in Metz
vermoord, om tenslotte in Frankfurt op 8 juli 1943 voor dood te worden aangetroffen.
Over de omstandigheden en het tijdstip van de dood van Jean Moulin bestaat nog steeds controverse. Vele jaren later werden er enkele documenten teruggevonden
die zijn dood bevestigen tijdens het transport vanuit Frankrijk naar Duitsland op 8 juli 1943. Het enige document van Duitse officiële zijde is dit overlijdensrapport
waar zijn dood werd vastgesteld tijdens een tussenhalte op het station van Metz, dit ten gevolge van een cardiaquale crisis [Herzlähmung = hartstilstand]:
"Todanzeige, Metz, 2 Februar 1944: Jean-Pierre Moulin; Präfekt; 20. Juni 1899, Beziers Dep. Herault Frankreich; franz. ; 8. Juli 1943, 2 Uhr Metz, Hauptbahnof;
Herzlähmung."
Een andere nota gehandtekend door een Duitse dokter bevestigt het tijdstip en de plaats van zijn overlijden: "Ik, ondergetekende, dokter in de
geneeskunde, dokter-majoor Beschke, bevestig hiermee dat de gevangene J-P Moulin tijdens het transport van Parijs naar Duitsland is overleden, op datum van 8 juli 1943
omstreeks 2 uur. Aan de hand van de daaropvolgende autopsie die door mij werd uitgevoerd, is zijn dood waarschijnlijk te wijten aan een hartinfarct."
Voor het uitschakelen van Jean Moulin wordt aan Barbie het IJzeren Kruis met Zwaarden persoonlijk uit de handen van Hitler uitgereikt. Jean Moulin werd na de oorlog
begraven op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise te Parijs. Op 19 december 1964 werd zijn as overgebracht naar het Panthéon in Parijs.
Spectaculaire bevrijding van Raymond door Lucie
Ook Raymond Aubrac werd vastgehouden en gefolterd in de gevangenis Montluc te Lyon. Raymond had er bij zijn aanhouding - als Jood en verzetsleider - alle belang bij
om zijn identiteit schuil te houden en gebruikte bij zijn aanhouding de codenaam François Vallet. De Montluc-gevangenis was een negentiende-eeuws gebouw,
dat zich in het derde district van de stad aan een spoorwegemplacement bevond, was om redenen van hygiënische aard gesloten voor het uitbreken van de oorlog. De
Gestapo was echter van oordeel dat de primitieve faciliteiten van deze oude gevangenis bij uitstek geschikt waren voor haar doeleinden, dus nam ze hem weer in gebruik.
Het gevangeniscomplex bestond uit een gebouw van drie verdiepingen, met in totaal 130 cellen, een laag gebouw dat werd aangeduid als de `eetzaal' en uitgerust was met
60 bedden (er werden steeds op z'n minst tachtig gevangenen in gepropt), plus een geel geverfde houten barak waarin 200 Joodse gevangenen waren ondergebracht, mensen v
an alle mogelijke nationaliteiten die opeengepakt waren als de spreekwoordelijke sardientjes in een blik.
Wat de `keuken' produceerde was een belediging voor de term `maaltijden'; en de omstandigheden op het vlak van de hygiene waren onbeschrijflijk. De gevangenen moesten
zich in groepen van twintig man tegelijk wassen in een schuur, waar zij niet alleen zichzelf en hun kleding binnen vijf minuten moesten wassen, maar tussen de bedrijven
door ook nog gauw even hun behoefte moesten doen. Dit werd gevolgd door twintig minuten luchten. Het gevangenisdieet bestond formeel uit 125 gram bruin brood en een
mok waterige soep. Bovendien was het ganse complex vergeven van luizen, vlooien en vliegen.
De Montluc-gevangenis was het uitverkoren werkterrein van Klaus Barbie. Barbie stond berucht om zijn onvoorspelbare stemmingswisselingen.
Het ene ogenblik leek hij volkomen kalm te zijn om even later in blinde razernij te ontsteken. Pol Chavet, een van zijn slachtoffers uit het verzet, getuigde later
op het Proces Barbie "dat hij van het ene moment op het andere kon overschakelen van de grofste vorm van wreedheid naar een vreemd soort beminnelijkheid. In de cel
werd ik soms verrast door de verhalen van sommigen van mijn kameraden, die eveneens door hem waren verhoord en tegenover wie hij zich heel vriendelijk had getoond."
Maquisards, gewapende partizanen van het Franse verzet
Raymond Aubrac werd door Barbie ontzettend afgetuigd tijdens twee langdurige `verhoor-seances' in de Ecole de Sante, waarbij hij zonder enig systeem een kwistig gebruik
maakte van bullepees en knuppel, zonder waardevolle inlichtingen los te krijgen. Van enige subtiliteit bij die verhoren was geen sprake. Tussen het afranselen door
brulde hij Aubrac zijn vragen toe. En als zijn slachtoffer het bewustzijn verloor wachtte hij totdat Aubrac weer tot zijn positieven kwam, om dadelijk opnieuw
te beginnen. Beide keren werd Aubrac vanuit de Ecole de Sante teruggebracht naar de Montluc-gevangenis, waar op dat moment al onbeschrijflijke omstandigheden heersten.
(Bron: Magnus Linklater in Het Barbie dossier)
Lucie Aubrac, die op het ogenblik van de arrestatie van Raymond zes weken in verwachting was van haar tweede kind (Catherine), bezocht in de volgende vier maanden
haar echtgenoot herhaaldelijk in de gevangenis. Ze maakte zich ernstig zorgen om haar man, zeker in de wetenschap wat er met Raymond zou gebeuren wanneer de Gestapo
zou ontdekken dat hij van Joodse origine was, gaf ze geen cent meer voor zijn leven. Zo bezocht ze persoonlijk op 28 en 29 juni Klaus Barbie in zijn Gestapokantoor te Lyon
en trachtte hem persoonlijk om te praten en Raymond vrij te laten. Ze was vastbesloten om Raymond koste wat het kost uit de klauwen van Barbie te halen.
Het plan rijpte bij haar om Raymond vrij te krijgen en besefte dat zij daar enkel kon slagen via een gewaagde gewapende overval. Maar daar moest ze eerst Raymond buiten
de gevangenis krijgen. In september 1943 laat ze zich enkele dagen opnemen in het hospitaal Saint-Étienne voor een medisch onderzoek. Zij wist dat er enkele
verzetsleden in het hospitaal waren opgenomen voor verzorging, die bij hun aanhouding waren gewond geraakt. Onder hen Robert Kahn, chef van de MUR uit
de Loire, en broer van Pierre Kahn-Farelle, een specialist in het vervaardigen van valse papieren. Ze legt contact met hem en beraamt een plan om de vier verzetsleden
te bevrijden. Een aantal verzetslieden hadden zich gekleed in Duitse uniformen. Op 6 september was het zover. Op het ogenblik dat de vier naar de gevangenis werden
gevoerd voor een zoveelste verhoor, werd het transport door een gewapend commando overvallen en kwamen de vier weer vrij.
Afbeelding rechts: Boussoulet in de Haute-Loire in 1943. Oprichting van het Maquis
van het Geheim Leger (Armée Sécrête van de Loirestreek)Commandant Oriol legt aan jonge recruten het gebruik uit van de Sten, het wapen bij uitstek voor de
gewapende partizanen
Gesterkt door dit succes bedenkt Lucie een nieuw plan om haar man vrij te krijgen. In september '43, zichtbaar zwanger, bezoekt ze enkele keren Barbie waarbij ze
hem tracht te overtuigen haar met hem te laten huwen vooraleer hij door de Gestapo zou worden geëxecuteerd. Ze vertelde Barbie dat ze niet getrouwd was en dat Raymond
de vader van haar toekomstige kind was en om toestemming verzocht alsnog met Raymond in de gevangenis te mogen huwen. De Gestapo geloofde haar verhaal en stemmen uiteindelijk in
het huwelijk toe. Ze mag Raymond in de gevangenis bezoeken en fluistert hem haar riskante ontsnappingsplan toe.
Op 21 oktober 1943 worden veertien verzetsleden, waaronder Raymond Aubrac, in een vrachtwagen vanuit de gevangenis voor ondervraging naar Hotel Terminus gevoerd. Op
de Boulevard des Hirondelles staat zijn hoogzwangere echtgenote Lucie, ze is dan bijna zes maanden zwanger [!!], aan het hoofd van een tot de tanden toe gewapende
groep Maquisards die zich in een goede voorbereide hinderlaag hadden gelegd, het gevangenen transport op te wachten. Haar man Raymond, verzetsleider en van Joodse origine,
is op weg naar zijn executie. In haar hand klemt Lucie een Tommygun, het geliefkoosde wapen van het Franse verzet, vastbesloten om al wie haar in de weg loopt
of haar probeert te verhinderen haar man te bevrijden, zonder pardon neer te maaien.
Afbeelding links: ook Winston Churchill, de oorlogspremier van Groot-Brittannië en hèt
symbool van Britse onverzettelijkheid jegens nazi-Duitsland, was net zoals Lucie Aubrac een overtuigde liefhebber van de Tommygun, de bijnaam van het Britse
Thompson submachine-gun. Ook de Amerikanen raakten geïnteresseerd in dit automatisch geweer. Tegen augustus 1941 hadden de VS in Engeland ruim 318.900 stuks van de
Tommygun aangekocht. Alhoewel het wat zwaarder woog dan de meeste automatische handwapens, werd de Tommygun algemeen beschouwd als het meest betrouwbare snelgeweer.
Van zodra de Duitse vrachtwagen komt aangereden nemen de partizanen de bewakers van het transport onder vuur. De Duitse chauffeur wordt vanachter het stuur gesleurd en afgemaakt. Nog drie andere
Duitse soldaten sneuvelen. Lucie en haar kompanen dringen de laadruimte van de camion binnen en bevrijden alle veertien gevangenen en kiezen gelukkig zonder
kleerscheuren het hazepad. Met dit nooit geziene huzarenstukje baant Lucie Aubrac zich onvergetelijk de legende in van het Franse verzet.
Over die ontsnapping circuleren tot op heden verschillende versies van de feiten. Hoedanook, de verzetslieden zijn weer vrij en duiken weer onder in de clandestiniteit.
Dit was reeds de derde keer dat Lucie haar man bevrijdde! De Gestapo zet een intensieve zoektocht op naar de Aubracs. Het koppel beseft dat de grond onder hun voeten
te warm werd en duikt definitief onder. Op 8 februari 1944 vloog een Flying Carrot (Lysander vliegtuig van de Britse RAF) de familie Aubrac samen met
hun zoontje Jean-Pierre, vanuit Frankrijk naar de overkant van het Kanaal om in Londen Charles De Gaulle te vervoegen. Nauwelijks vier dagen na haar aankomst beviel
Lucie van haar tweede kind Catherine Vallade-Aubrac.
In maart 1944 kondigde generaal Charles de Gaulle aan dat eens Frankrijk bevrijd zou zijn de vrouwen
stemrecht zouden krijgen. Een adviserende raad (l'Assemblée Consultative) werd opgericht waaraan ook Lucie werd toegevoegd. Aldus werd zij de eerste vrouw die zetelde
in een Frans parlement. De Aubracs zullen pas na de Bevrijding in 1945 terugkeren naar Frankrijk. In Londen zal ze bevallen van een derde kind Babette Aubrac.
Na de oorlog
Na de oorlog keerde het gezin Aubrac met hun drie kinderen terug naar Frankrijk. Niettegenstaande de oorlog voorbij was, bleven de Aubracs zich inzetten voor de
strijd voor recht en vrijheid. Ze bleven beiden actief in de Franse Communistische Partij en werkten rechstreeks voor de Franse afdeling van Amnesty International.
Ze namen het op voor de rechten van de immigranten en mensen-zonder-papieren en brachten voortdurend de strijd in Algerië en de laakbare houding van Frankrijk in
deze onder de aandacht van het grote publiek. Ook reisden ze jarenlang doorheen Frankrijk om in scholen en universiteiten lezingen te geven (zie afbeelding links)
over het verzet en de Jodenvervolging in Frankrijk tijdens de bezetting en onder het Vichyregime. Net zoals in België ondermeer
Regine Beer en Tobias Schiff
en in Nederland bijvoorbeeld pilotenhelper Bert Poels, net zo lang hun gezondheid en leeftijd
dat toelieten, bleven getuigen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Lucie Aubrac vatte haar houding simpelweg als volgt samen: "Verzet is niet enkel iets wat moet worden weggestoken in de periode 1939-1945. Verzet is een manier van
leven, een intellectuele en emotionele reactie tegenover gelijk wie of wat de menselijke vrijheid bedreigt. Vandaar dat het woord 'verzetten' altijd in de
tegenwoordige tijd zou moeten vervoegd worden."
Le mot résister doit toujours se conjuguer au présent. [..] La Résistance n'appartient pas au passé,
qu'il ne faut pas l'enfermer dans une période de cinq années, mais qu'elle est une histoire de tous les temps. On a résisté
avant 1940 et depuis 1945. Les hommes ont toujours cherché leur liberté, se sont toujours battus pour la gagner et la conserver. Nos jeunes vivent
aujourd'hui dans une société en mutation, ils sont confrontés à des problèmes économiques, à des injustices
sociales et à un avenir qui leur paraît bouché. Je leur montre que l'histoire humaine a connu bien des époques où l'avenir
semblait bouché et où il s'est ouvert parce que des gens l'ont aidé à s'ouvrir. Je pense que si nous présentons la
Résistance comme la décision prise par des êtres jeunes et vieux, des femmes et des hommes, de refuser l'injustice et l'oppression,
de lutter pour la liberté, nous leur ferons comprendre l'actualité de ce combat.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw en dat bijna veertig jaar na de Bevrijding van Frankrijk, was Frankrijk opnieuw in de ban van de Tweede Wereldoorlog. Met
name tijdens het beruchte Proces Klaus Barbie, de Slager van Lyon. Barbie was er namelijk ingeslaagd om met de hulp van de Amerikanen [?!] te ontkomen
aan vervolging. Vlak voordat Lyon ontzet werd door de Geallieerden, was Barbie net op tijd kunnen vluchten terug naar Duitsland. Sinds het einde van de oorlog was Barbie in Frankrijk tot tweemaal toe
bij verstek ter dood veroordeeld. Echter, het Amerikaanse Counter Intelligence Corps (CIC) achtte zijn kwaliteiten nuttig in de bestrijding van het communisme en
beschermde hem. Met de hulp van het CIC vluchtte hij in 1951 met zijn gezin naar Bolivia. Daar leefde hij jarenlang onder de schuilnaam
Klaus Altmann.
Afbeelding rechts: Klaus Barbie in 1987 tijdens zijn naoorlogs
proces te Lyon
Klaus Altmann - alias van Barbie - werd officieel staatsburger van Bolivia in 1957 en werd actief als ondervrager voor verschillende dictatoriale regimes. In 1972 werd
hij opgespoord door de nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld. De uitlevering van Barbie aan Frankrijk gebeurde niet onmiddellijk. Binnen de Franse regering bevonden
zich een aanzienlijk aantal collaborateurs die vreesden dat Barbie hen zou herkennen en in discrediet zouden brengen. Ook Bolivia wilde niet zonder meer afstand doen
van Barbie. In 1983 werd Klaus Barbie dan toch opgepakt in Bolivia en naar Frankrijk overgebracht.
Al voor de aanvang van het proces, liet Barbie doorschemeren dat hij tijdens zijn rechtzaak nieuwe feiten zou onthullen omtrent het Franse verzet tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Hij zou het ondermeer hebben over de dood van Jean Moulin, waarvan hij beweerde dat toen Raymond Aubrac in maart 1943 werd opgepakt, hij informant
van de Gestapo werd en dat de verantwoordelijkheid van Moulins arrestatie (de Affaire Caluire werd weer opgerakeld) lag bij Raymond, die dan enkele maanden later
op 21 juni 1943 te Caluire tesamen met Moulin werd opgepakt. Aubrac zou in maart gezwicht zijn tijdens zijn ondervraging en informant zijn geworden voor Klaus Barbie en
in ruil daarvoor weer zijn vrijgelaten (ipv bevrijd te zijn door zijn vrouw Lucie). Op 11 mei 1987 begon het Proces Barbie. De rechters achten zijn beweringen niet
bewezen en veroordeelden hem tot levenslang wegens misdaden tegen de mensheid.
Wanneer Klaus Barbie op 25 september 1991 in de gevangenis van Lyon overleed aan leukemie lekte het zogenaamde 'Testament van Barbie' uit naar pers en publiek.
Andermaal werd Raymond Aubrac hierin beschuldigd van een informant van de Gestapo te zijn geweest. In 1997 publiceerde journalist Gérald Chauvy bij de Franse
Uitgeverij Albin Michel zijn boek 'Aubrac, Lyon 1943', waarin hij zogezegde bewijzen deponeerde die moesten aantonen dat Raymond Aubrac de verzetsleider
Jean Moulin had verraden aan de Gestapo en Klaus Barbie. De zaak deed in Frankrijk andermaal de emoties hoog oplaaien. Sommigen twijfelden aan het ontsnappingsverhaal
van Raymond en opperden dat Barbie de waarheid had verteld, namelijk dat Raymond een informant was geweest. Weer anderen argumenteerden dat het een vuile streek was
van Barbie om links in Frankrijk in discrediet te brengen. Rechtse partijen in Frankrijk zagen in deze affaire hun kans schoon om de Franse communisten een
smerige veeg uit de pan te geven.
Zoals steeds komt een ongeluk nooit alleen. Na een lange onwaardige polemiek en exploderende onverdraagzaamheid ter rechterzijde moest het uiteindelijk wel
tot een rechtzaak komen. In het voorjaar van 1998 kwam de
zaak voor het Franse Hooggerechtshof (Tribunal de Grande Instance) te Parijs. Op 2 april 1998 werden de historicus Gérard Chauvy en zijn uitgever Albin Michel
veroordeeld voor het publiekelijk verspreiden van smaad en laster ten nadele van de Aubracs. Wie dan meende dat de hetze voorbij zou zijn had het verkeerd voor. Beide
veroordeelden ging in beroep tegen de uitspraak. Extreemrechtse partijen, fascistische kopstukken en neo-nazi's bleven met modder gooien naar de Aubracs. Uiteindelijk
kwam er een nationaal appèl aan te pas om de gemoederen te bedaren. Emmanuel d’Astier de la Vigerie, de stichter van Libération, trok openlijk partij voor
«Madame Conscience» zoals Lucie Aubrac door de Fransen na de oorlog werd genoemd. In maart 2004 ondertekenden zeventien grote figuren uit het Franse verzet, waaronder
Georges Séguy, Jean-Pierre Vernant, Maurice Kriegel-Valrimont, Germaine Tillion, Georges Guingouin, Lise London, enz., een appèl tot de Franse natie waarin zij
de Aubracs vrijpleiten van alle blaam en opriepen om de moddercampagne te staken. In juni 2004 kwam de zaak eindelijk voor voor het Europese Hof voor de Rechten van
de Mens (EVRM) die het vonnis van het Franse Gerechtshof bevestigde en kwam er eindelijk een einde aan de moddercampagne.
In 1984 schreef Lucie haar memoires neer in Outwitting The Gestapo. Hun verhaal inspireerde filmregisseurs zoals Jean-Pierre Melville die in 1969
l’Armée des ombres uitbracht met in de hoofdrollen Simone Signoret, Lino Ventura en
Jean-Pierre Cassel. In 1992 gevolgd door Josée Yanne's Boulevard des Hirondelles
en in 1997 Claude Berri’s befaamde hit Lucie Aubrac, met Carole Bouquet en Daniel Auteuil in
de hoofdrollen. Lucie Aubrac, die na de oorlog werd beloond met de hoogste Franse onderscheiding - Grand officier de la Légion d’honneur - publiceerde
tevens een aantal boeken zoals Ils Partiront Dans L'Ivresse
in navolging van Claude Berri's kaskraker, in 1997 Cette exigeante liberté en in 2000 La Résistance expliquée à mes petits-enfants,
die herhaaldelijk opnieuw werden (en nog worden) uitgegeven.
Staatsbegrafenis voor Lucie Aubrac in 2007
Op 14 maart 2007 overleed de grote figuur uit 'la Résistance' Lucie Aubrac op 94-jarige leeftijd in het Zwitsers Hospitaal van Parijs te Issy-les-Moulineaux. Lucie kreeg
een staatsbegrafenis onder toezicht van de Franse president Jacques Chirac. Een week later werd zij in het Franse parlement herdacht met een hommage.
Jacques Chirac, President van de Franse Republiek op 21 maart 2007:
"Aujourd’hui, c’est au nom de toutes ces femmes, de tous ces hommes que nous rendons un hommage solennel à Lucie AUBRAC. Face à l’injustice, face à l’arbitraire,
elle a répondu par la rébellion et le courage. Face au déshonneur de l’Armistice et de Vichy, elle a répondu par un patriotisme inébranlable. Avec Lucie AUBRAC, c’est
une lumière rayonnante de la Résistance qui vient de s’éteindre. Résistance : ce mot marque l’une des pages les plus glorieuses de notre histoire. Pour en comprendre
tout le sens, pour en comprendre toute la réalité, évoquons Lucie AUBRAC, son courage, sa témérité extraordinaires. Lorsqu’en 1943 vous êtes emprisonné à la prison
de Montluc, cher Raymond AUBRAC, avec une audace inouïe, elle réussit à tromper le chef de la Gestapo de Lyon, le sinistre Klaus BARBIE. Elle organise votre évasion,
vous en transmet les plans. Pendant un transfert, à la tête d’un groupe franc, elle attaque le camion allemand. Vous êtes libre.
Combien de femmes, comme Lucie AUBRAC, sont en première ligne dans l’armée des ombres ? Elles hébergent les résistants, les parachutistes alliés. Elles jouent le
rôle d’agents de liaison. Elles éditent tracts et journaux. Elles collectent les renseignements. Elles participent à la lutte armée. Elles sauvent des enfants juifs,
prenant place parmi ces Justes de France auxquels la nation a rendu hommage au Panthéon. Et elles sont femmes. Elles portent et élèvent leurs enfants, elles
soutiennent leurs époux, qui les soutiennent en retour. Tant il est vrai que, dans l’histoire de la Résistance, l’amour a joué un rôle essentiel, lui qui décuple
l’énergie et le courage : Cécile et Henri ROL-TANGUY ; Paulette et Maurice KRIEGEL-VALRIMONT ; Hélène et Philippe VIANNAY ; Clara et Daniel MAYER; tant d’autres !
Et, bien sûr, Lucie et Raymond AUBRAC."
Bronnen
Bronnen uit de literatuur (eigen verzameling):
•
• The Death of Jean Moulin. Biography of a Ghost; Patrick Marnham; Uitg. John Murray Londen; 290 blz. 2000; ISBN 0 7195 5919 7
• Jean Moulin. La République des catacombes; Daniel Cordier; Uitg. Gallimard april 1999; 1004 blz.; ISBN 2 07 074312 8
• De Gaulle (Philippe Masson)
• Klaus Barbie. Een nazi in dienst van de V.S. (Erhard Dabringhaus)
• Klaus Barbie, een van ons (Max Nord)
• Het Barbie dossier. Het Vierde Reich (Magnus Linklater, Isabel Hilton en Neal Ascherson)
• Barbie - Misdadiger tegen de mensheid - Een Ooggetuigenverslag (Jacqueline Wesselius en Lambiek Ber)
• Verdict on Vichy. Power and Prejudice in the Vichy France Regime; Michael Curtis; Phoenix Press Paperback 2004; 419 blz.; ISBN 1 84212 669 5
• DVD-film: Varian's War. The Forgotten Hero (Lionel Chetwynd)
• Varians Oorlog (Varian Fry)
• De Verzetsbewegingen - Time Life reeks: De Tweede Wereldoorlog (Russell Miller)
• Histoire de la Résistance; Jean-François Muracciole; Press Universitaires de France; dec. 1993; 128 blz.; ISBN 2 13 045787 8
• La France à l' heure Allemande 1940-1944; Philippe Burrin; Edit. du Seuil, Parijs; jan. 1995; 465 blz.; ISBN 2 02 018322 6
• DVD-film: Is Paris burning?; René Clément, orig 1966, 1 DVD 2007, zwart/wit , 159 minuten
• Brandt Parijs? (Larry Collins en Dominique Lapierre)
• Het grote netwerk (Roman Garby-Czerniawski)
• Spionnen Agenten Soldaten. Geheime commando's in de Tweede Wereldoorlog (Janusz Piekalkiewicz)
• Gevaarlijke opdrachten en geheime missies. Deel 1 en 2 (div. auteurs)
• De Tweede Wereldoorlog. Verraad en Verzet (W.C.Meyers, J.Zwaan, R.Kok en W.L.Van Mourik)
Bronnen op het internet:
• Hommage à Lucie Aubrac mars 21, 2007
• Valiant Valentines #3: A Love For Each Other & Liberty That The Nazis Could Not Defeat: Lucie en Raymond Aubrac
• Femmes de Saône-et-Loire : de la Résistance à la politique
• DpJ. Le Droit pour la Justice: « Merci, Lucie AUBRAC », par Chantal CUTAJAR
• Leçon de vie de Lucie Aubrac par Pierre Passouline
• Lucie to the Rescue / True Comics 19 / 1946
• Foto galerie de Jean Moulin
• LA RESISTANCE / Jean Moulin résistant
• L'origine des maquis de la résistance
• Lucie Aubrac, héroïne de la Résistance
• Libération-Sud
• Libération (journal, 1941-1964)
• Wikipedia.nl: Jean Moulin
• JEAN MOULIN and the French Resistance
• LE SITE ANNEXE DE VIVE LA RESISTANCE
• Wikipedia.eng: French Resistance
• Wikipedia.fr: Lucie Aubrac
• Women's Resistance Through Gender Roles by Amber McDonald
• Ils partiront dans l'ivresse (Lucie Aubrac)
• De Privéoorlog van de Amerikaan Varian Fry in Vichy Frankrijk (Verzet.org)
• Dienstnota van 1 juli 1942 omtrent de Endlösung van het Jodenprobleem in Frankrijk (Verzet.org)
• De weggevoerden van mei 1940. [3] Interneringskampen in Frankrijk (Verzet.org)
• Het lange naleven van helden. Het verzet volgens Jean Moulin en Erik Hazelhoff Roelfzema (Nrc.nl)
• Vichy France from Wikipedia
• Front Populaire - Volksfront (Frankrijk)
• Action Française from Wikipedia,
• Raymond Aubrac (Wikipedia.fr)
• Klaus Barbie (1913 - 1991) (JVL)
• The Trial of Klaus Barbie (May 11, 1987) (JVL)
• Lucie Aubrac : une incarnation de la Résistance (l' Humanité)
• Political Conspiracies : Lucie Aubrac, Hero or informer? / John Simkin
• The French Resistance (Spartacus School)
• Building the French Resistance Movement, 1940-1944 (NWHA.org)
• La Résistance en France
• Derde Rijk.nl: Klaus Barbie
• The Children of Izieu (JVL)
• Homme de Londres , homme de l' hombre
• BETRAYAL AT CALUIRE
• Lucie Aubrac, Hero of French Resistance, Dies at 94 (NYT)
|