| Het grote mededogen van Chiune Sugihara met de Litouwse joden |
| Saturday 04 October 2003 | |
|
In maart 1939 werd de Japanse Consul-generaal naar Kaunas in Litouwen gezonden om er de consulaire service te bemannen. Kaunas was de toenmalige tijdelijke hoofdstad van Litouwen en bevond zich op een strategische plaats tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Na de invasie van Polen door de Duitsers op 1 september 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland.
Chiune Sugihara (1900-1986) was nog maar nauwelijks op post in Kaunas toen de nazi's Polen binnenvielen en een stroom van joodse vluchtelingen Litouwen binnenvielen. Met zich brachten ze verschrikkelijke verhalen over de gewelddaden die de Duitsers tegen de joodse bevolking pleegden. Ze ontvluchtten Polen zonder bezittingen of geld, en de locale bevolking deden hun best om deze vluchtelingen te helpen met geld, kleren en onderdak. De Litouwse joden hervatten hun dagelijkse leven. Maar de situatie zou snel verergeren wanneer op 15 juni 1940 de Sovjets Litouwen binnenvallen. Nu was het te laat voor de Litouwse joden om het land nog te verlaten richting oostwaarts. Ironisch genoeg stonden de Sovjets de Litouwers toe om te emigreren uit Litouwen doorheen de Sovjet-Unie als ze maar in het bezit konden raken van bepaalde reisdocumenten. In 1940 was het grootste deel van West-Europa veroverd door de nazi's, enkel Groot-Brittannië bleef nog over. De rest van de wereld, op een paar uitzonderingen na, belemmerden de immigratie van joodse vluchtelingen uit Polen of van waar ook ze afkomstig waren uit het door de nazi's bezette Europa. Tegen deze verschrikkelijke achtergrond, werd de Japanse Consul Chiune Sugihara plotseling een spilfiguur in een wanhopig plan voor overleving. Het lot van duizenden families hing af van zijn menselijkheid en mededogen. De Duitsers naderden snel naar het oosten toe. In juli 1940 bevalen de Sovjet autoriteiten al de buitenlandse ambassades om Kaunas te verlaten. Bijna iedereen verliet vrijwel onmiddellijk het land, maar op eigen verzoek verkreeg Chiune Sugihara ongeveer drie weken uitstel. Uitgezonderd Mr. Jan Zwartendijk, de uitvoerend consul voor Nederland, Chiune Sugihara was thans de enige buitenlandse consul die nog achtergebleven was in de hoofdstad van Litouwen. Ze zouden het beiden nog erg druk krijgen.
Het was reeds zomer 1940 en de tijd vloog snel voorbij voor de vluchtelingen. Hitler trok snel het net aan rond Oost-Europa. Het was in die periode dat de Poolse vluchtelingen met een plan kwamen opzetten dat hen een laatste kans bood op vrijheid.
Zij hadden ontdekt dat twee Nederlandse koloniale eilanden, Curaçao en Nederlands Guyana (nu bekend als Suriname) en gelegen in de Caraïben, geen speciale inreisvisa vroegen. Wat later vertelde de Consul van Nederland, Jan Zwartendijk dat hij toelating had verkregen om hun paspoorten af te stempelen met de toelating om binnen te komen.Er was echter één ernstige belemmering. Om naar deze eilanden te geraken hadden de vluchtelingen een visum nodig om de Sovjet-Unie door te reizen. De consul van Rusland stond vrij sympathiek tegenover de verzuchtingen van de vluchtelingen en stemde toe om hen door te laten op één conditie: als bijkomende voorwaarde voor het Nederlandse inreisvisum moesten ze ook een transitvisum van Japan bemachtigen, omdat zij op hun weg om de Nederlandse eilanden te bereiken, behalve door de Sovjet-Unie ook nog eens door Japan moesten reizen. Zwartendijk schreef tussen 24 en 27 juli ongeveer 1.300 visa's uit en nog eens 1.050 tussen 29 juli en 3 augustus 1940. Het laatst gekende 'Curaçao-visa' draagt het nummer 2.345 en werd uitgereikt aan Elisasz Kupinski en zijn familie. Sugihara's Keuze Op een ochtend in de zomer van 1940 werd de Consul Sempo Sugihara en zijn familie gewekt door het rumoer van een menigte Poolsjoodse vluchtelingen die zich buiten voor het Japanse consulaat hadden verzameld. Wanhopig op de vlucht voor de snel naderende nazi's zagen de vluchtelingen maar één mogelijkheid om aan dat noodlot te ontvluchten en dat was richting Oosten.Wanneer de Consul hen Japanse transitvisa zou uitreiken, zouden zij Sovjetvisa kunnen bemachtigen en naar de vrijheid kunnen vertrekken. Sempo Sugihara was erg bewogen door de netelige positie waarin zij verkeerden maar hij had niet de autoriteit om honderden visa uit te schrijven zonder de toestemming van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Chiune Sugihara telegrafeerde zijn regering tot driemaal toe om toelating te verkrijgen om aan de joodse vluchtelingen de visa uit te reiken maar dat werd hem telkenmale keer geweigerd. De Japanse consul in Tokio telegrafeerde terug:
Na herhaalde negatieve antwoorden vanuit Tokio, besprak de consul de situatie met zijn vrouw en kinderen. Sugihara stond voor een moeilijke beslissing. Hij was een man die opgegroeid was in de strikte en traditionele Japanse discipline. Hij was een diplomaat in volle carrière, die plotseling voor een heel moeilijke keuze werd geplaatst.Enerzijds was hij gebonden door traditionele gehoorzaamheid zoals hij al zijn hele leven niet anders had gedacht. Anderzijds was hij een samoerai voor wie het een plicht was om mensen die in nood zijn te helpen. Hij besefte dat wanneer hij de orders van zijn superieuren zou negeren, hij wellicht oneervol zou worden ontslagen, en waarschijnlijk nooit meer terug zou mogen werken voor de Japanse overheid. Dit zou ook in de toekomst zware financiële gevolgen hebben voor zijn familie. Chiune en zijn vrouw vreesden zelfs voor hun leven en voor dat van hun kinderen, maar op het einde besloten zij om enkel hun geweten te volgen. De visums zouden worden getekend. Gedurende 29 dagen, van 31 juli tot 28 augustus 1940, zaten Mr. en Mevr. Sugihara eindeloze uren visums te schrijven en te handtekenen. Uur na uur, dag na dag, en dat drie weken lang, schreven en handtekenden zij visums naar de vrijheid. Zij maakten soms meer dan 300 visums per dag waar ze normaal een maand over deden. Yukiko Sugihara, echtgenote van Sempo Yukiko hielp hem ook bij het registreren van de visa. Op het einde van de dag masseerde zij zijn door het vele schrijven vermoeide handen. Hij stopte niet eens om te eten. Zijn vrouw bevoorraadde hem met belegde broodjes. Sugihara besloot om zich geen enkele minuut pauze te gunnen want de mensen stonden in lange rijen, dag en nacht, aan te schuiven voor deze visa. Soms wanneer iemand trachtte over de omheining te klauteren kwam hij naar buiten om hen te kalmeren en hen ervan te verzekeren dat hij zijn best deed om iedereen te helpen.Honderden visa werden er duizenden, want de tijd drong en het consulaat werd weldra gesloten en hij zou Litouwen dra moeten verlaten. Consul Sugihara bleef maar documenten uitschrijven en zelfs toen hij al in de vertrekkende trein zat, bleef hij vanuit het raam van de trein tot op het laatste ogenblik visa schrijven en handtekenen totdat de trein uit Kovno op 1 september 1940 vertrok uit het treinstation. Toen de trein het station uitreed drukte hij de visastempel en het stempelkussen van het consulaat nog gauw in de handen van een vluchteling die er later nog meer visa van kon maken en nog meer joden zou redden. Nadat zij hun visa ontvangen hadden, verloren de vluchtelingen geen tijd en vluchten via de trein naar Moskou, en daarna met de Trans-Siberische spoorweg naar Vladivostok. Van daaruit reisden de meestn van hen naar Kobe in Japan. In Kobe kregen ze toestemming om er enkele maanden te blijven van waaruit ze verder doorreisden naar Shangai in China. Duizenden Poolse joden in het bezit van Sugihara visums overleefden onder de heilzame bescherming van de Japanse regering in Shangai. Minstens 6.000 vluchtelingen vonden de volgende maanden hun weg naar Japan, China en naar andere landen. Zij waren ontsnapt aan de Holocaust. Door een vreemde speling in de geschiedenis, dankten zij hun leven aan een Japanse man en zijn gezin. Zij werden van dan af de Sugihara Overlevenden genoemd. Ondanks zijn ongehoorzaamheid, hield de Japanse overheid tijdens de oorlogsjaren Sugihara in dienst. Maar in 1945 stuurde de Japanse overheid Sugihara de laan uit en werd definitief ontslagen uit de diplomatieke dienst. Zijn carrière als diplomaat was gebroken. Hij moest zijn leven overnieuw beginnen. Ooit een rijzende ster in de Japanse buitenlandse betrekkingen, kon Chiune Sugihara aanvankelijk maar aan de slag als tolk en vertaler. De laatste twintig jaar van zijn leven, werkte hij als manager in een exportbedrijf dat zaken deed met Moskou. Dit was zijn lot omdat hij het had aangedurfd om duizenden mensenlevens te redden van een zekere dood.
Het Mirakel van Chanoeka van 1939
Chanoeka, het joodse lichtfeest Wat iemand ooit tot een Ware Held maakt zijn verschillend en complex, maar de beslissing van Sugihara om zijn carrière op het spel te zetten zijn in sterke mate beïnvloed geweest door een vriendelijk gebaar van een 11-jarig joods jongetje. Zijn naam was Zalke Jenkins (Solly Ganor).Solly Ganor was de zoon van een mensjewistische vluchteling die aan de Russische Revolutie in de vroege jaren ´20 was ontkomen naar Kaunas in Litouwen. Voor de Tweede Oorlog deed deze familie zaken in de import en export van textielwaren. De jonge Solly Ganor, die bezorgd was om het lot van de Poolse joden die Kaunas binnenkwamen, stak hen steeds het grootste deel van zijn zakgeld en verdiensten toe. Nadat hij al zijn geld had weggeven, liep hij naar de voedingswinkel van zijn tante Anoeshka in Kaunas. Litouwse Litas Hij wilde van haar een Litouwse lit (Litouwse munteenheid) lenen om naar de laatste film van Laurel and Hardy (de Dikke en de Dunne) te gaan kijken. In de winkel van zijn tante ontmoette hij toevallig de Japanse Consul Chiune Sugihara. Consul Sugihara had geamuseerd naar de conversatie geluisterd en gaf de jonge Solly twee blinkende litas. Impulsief nodigde de jonge Solly met vriendelijke ogen de Consul uit om met zijn familie de eerste dag van Chanoeka 1939 mee te vieren. Aangenaam verrast en opgetogen accepteerde de Consul dankbaar de uitnodiging van de jongen, en de Consul en zijn echtgenote Yukiko beleefden en vierden aldus voor het eerst in hun leven het joodse Chanoeka of Lichtfeest mee.
Mr. Sugihara voelde zich aangenaam verrast door de beslotenheid van de joodse families en hoe hem dit herinnerde aan gelijkaardige Japanse feesten. Vierenvijftig jaar later zal Mevr. Sugihara nog graag herinneringen ophalen aan de lekkere cakes en koekjes die hen werden opgediend tijdens het Joodse Lichtfeest.Solly Ganor en zijn vader werden spoedig bevriend met de Consul-generaal en zij converseerden onderling in het Russisch. Later waren Solly Ganor en zijn vader er getuigen van hoe Consul Sugihara in zijn kantoor de Russen contacteerde om hen om toelating te vragen om visa uit te reiken tot aan de Russische grens. Ook Solly Ganor en zijn vader ontvingen van Sugihara visa maar konden hen helaas niet gebruiken omdat zij Russische onderdanen waren. De meeste leden van de familie Ganor kwamen om in de Holocaust. Solly's zuster Fanny en Tante Anoeshka overleefden de oorlog. Tante Anoeshka keerde terug naar Litouwen en overleed er in 1969. Fanny huwde Sam Skutelsky uit Riga en emigreerden naar de Verenigde Staten. Hun zoon Robert, Solly's enige nog in leven zijnde neef, woont in Boulder, Colorado. Solly en zijn vader brachten eerst twee jaar door in het getto van Kaunas tot ze eind 1944 werden gedeporteerd naar Landsberg-Kaufering, de buitenkampen van Dachau. Zij overleefden de oorlog en emigreerden naar Israël. De vader van Solly stierf in vrede in Tel Aviv in 1966. De ironie van het verhaal wil dat in mei 1945, Solly Ganor werd bevrijd door Japans-Amerikaanse soldaten van het 522de Field Artillery Battalion, mannen die voordien -wegens hun Japanse origine- geïnterneerd leefden in kampen en bewaakte woonzones in hun eigen land. Maar voor Solly was het Japanse gezicht voor altijd het symbool geworden van vriendelijkheid en vrijheid.
De voorbije halve eeuw vragen de mensen zich af: "Wie was Chiune Sugihara?"
Ze vragen zich nog steeds af, "Waarom bracht hij zijn carrière in gevaar alsook het geluk en het leven van zijn familie, door die visums uit te reiken aan de joodse vluchtelingen in Litouwen?" Dit zijn geen eenvoudige vragen om te beantwoorden, en er is wellicht ook geen sluitend antwoord dat onze nieuwsgierigheid of onderzoek zal bevredigen. Chiune "(Sempo)" Sugihara deed de dingen altijd op zijn eigen wijze. Hij werd geboren op 1 januari 1900. Hij studeerde af aan de Hogeschool met de hoogste scores en zijn vader drong er op aan dat hij dokter in de geneeskunde zou worden. Maar Chiune's droom was om verder literatuur te studeren en elders te wonen. Sugihara studeerde Engels aan de prestigieuze Waseda Universiteit. Hij betaalde zelf zijn eigen studies door deeltijds aan de haven te werken en als leraar.Op een dag kreeg hij een advertentie onder ogen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die mensen zocht die in het buitenland wensten te studeren en misschien geïntersseerd waren in een diplomatieke carrière. Hij passeerde het moeilijke ingangsexamen en werd naar het Japanse Taleninstituut gezonden in Harbin, China. Hij studeerde er Russisch en slaagde met grote onderscheiding. Hij bekeerde zich ook tot het Grieks-orthodoxe Christendom. De kosmopolitische aard van Harbin in China opende zijn ogen hoe divers en interessant de wereld wel was. Daarna werd hij naar het door de Japanse overheid gecontroleerde Mantsjoerije in noordoost China gezonden. Wat later werd hij gepromoveerd tot Vice-minister op het Departement Buitenlandse Zaken. Spoedig kwam hij aanmerking om minister van buitenlandse zaken te worden van Mantsjoerije. In Mantsjoerije onderhandelde hij met de Russen die het spoorwegsysteem in handen hadden en hij slaagde erin om dit in Japans bezit te krijgen. Dit bespaarde de Japanse overheid miljoenen dollars, en maakte de Russen behoorlijk boos. Sugihara ergerde zich aan de politiek van zijn regering en de vreselijke behandeling van de Chinezen door de Japanse overheid. Uit protest hiertegen nam hij in 1934 ontslag. In 1938 kreeg Sugihara een post in het Japanse diplomatieke korps in Helsinki, Finland. Met de dreiging van een Tweede Wereldoorlog zond de Japanse overheid Sugihara in 1939 naar Litouwen om er een eenmansconsulaat te openen. Zes maanden later brak de oorlog uit en de Sovjet-Unie annexeerde Litouwen. De Sovjets gaven het bevel om alle consulaten te sluiten. Het was in deze context dat Sugihara werd geconfronteerd met het verzoek van duizenden Poolse joodse vluchtelingen die het door de nazi's bezette Polen waren ontvlucht.
De persoonlijke geschiedenis en het karakter van Sugihara vormen waarschijnlijk de sleutel waarom hij de orders van zijn overheid negeerde en visa uitreikte. Sugihara aanbad zijn moeders persoonlijkheid. Hij vond zichzelf vriendelijk, zorgzaam en artistiek. Hij was geïnteresseerd in andere ideën, religie, filosofie en talen. Hij wilde de hele wereld rondreizen en alles bezichtigen wat er bestond en de wereld ontdekken. Hij koesterde een grote waarde voor elk mensenleven. Zijn taalvaardigheid toont aan dat hij altijd geïnteresseerd was om meer te weten over andere volkeren.
Het gezin van Sugihara omringd door zijn stafpersoneel op het consulaat in Kaunas, Litouwen 1940.Sugihara was een edel en begrijpend man. Hij was zelfopofferend, zich wegcijferend en had een goed gevoel voor humor. Zijn vrouw Yukiko vertelde hoe moeilijk hij het altijd had om zijn kinderen discipline bij te brengen als ze zich misdroegen. Hij raakte ook nooit zijn zelfbeheersing kwijt. Sugihara was ook opgevoed in de strenge Japanse ethische code van de eind negentiende-eeuwse samoerai familie. De belangrijkste deugden van deze orde waren oya koko (liefde voor de familie), kodomo no tamene (voor het heil van de kinderen), hebbende gidi en on (plicht en verantwoordelijkheid, of de verplichting om schulden te vereffenen), gaman (het uiterlijk verbergen van emoties), gambate (interne kracht en bronverdieping), en haji no kakete (breng geen schande over de familie). Deze deugden waren streng ingebed in Chiune's middenklasse plattelandse samoerai familie.Het getuigt van enorme moed van Sugihara om de wil van zijn vader, om dokter te worden, te weerstaan, en zijn eigen weg in te slaan naar een academische richting. Het vergde moed om Japan te verlaten en overzees te studeren. Hij was een voor die tijd een erg moderne liberale Japanse man die een Kaukasische vrouw huwde (zijn eerste vrouw; Yukiko was zijn tweede vrouw) en bekeerde zich tot het christendom. Het vergde nog meer moed om openlijk oppositie te voeren ten aanzien van de Japanse militaire expansionistische politiek van de jaren ´30. Aldus was Sempo Sugihara geen gemiddelde Japanse man en zou ook nooit een gemiddelde man worden. In de tijd dat hij en zijn vrouw Yukiko dachten aan het voldoen aan hun plicht jegens de joodse vluchtelingen, werd hij achtervolgd door de woorden van oude samoerai gezegde: "Zelfs een jager kan geen vogel doden die op de vlucht naar hem toevliegt"
Tot op heden, en dat meer dan zestig jaar na die betekenisvolle 29 dagen van juli en augustus 1940, zijn er meer dan 40.000 vluchtelingen en nakomelingen die hun leven te danken hebben aan Chiune en Yukiko Sugihara (en ook Jan Zwartendijk!). Twee generaties zijn al ontstaan uit de Sugihara Overlevenden, allen danken zij hun bestaan aan een nobel man en zijn familie. Na de oorlog heeft Mr. Sugihara nooit gezinspeeld of met iemand gesproken over zijn buitengewone daden. Het was pas in 1969 dat Sugihara ontdekt werd door een overlevende die zijn leven aan hem dankte: Mr. Yehoshua Nishri.
Spoedig kwamen honderden andere overlevenden die door hem gered werden naar buiten en getuigden voor Yad Vashem (Holocaust Memorial) in Israël over zijn moedige reddingsactie. Na het bijeenbrengen van getuigenissen van over de hele wereld, realiseerde Yad Vashem zich de enorme omvang van deze reddingsactie van joden door Sugihara. Aldus verkreeg Sugihara in 1985 in Israël het hoogste eerbetoon. Hij werd erkend als Rechtschapene Onder de Volkeren) door de Yad Vashem Martyrs Remembrance Authority in Jerusalem, Israël.Toen was hij al een oude man op het einde van zijn leven en te ziek om naar Israël af te reizen. Zijn vrouw en zoon namen het eerbewijs in zin plaats in ontvangst. Daarnaast werd er in Yad Vashem een boom met zijn naam geplaatst en een park in Jeruzalem verkreeg zijn naam. In 1985 vroeg iemand aan Chiune waarom had die visa had uitgereikt. Hij gaf twee redenen op: "Het waren mensen en ze vroegen om hulp," sprak hij. "Ik ben gelukkig dat ik de kracht heb gevonden om de beslissing te nemen om hen dit te geven." Sugihara was een religieus man en geloofde in een universele God voor alle mensen. Met zichtbare trots sprak hij: "Ik ben misschien ongehoorzaam geweest aan mijn regering, maar als ik dat niet was geweest was ik ongehoorzaam geweest aan God." Consul Chiune Sugihara, overleed op 31 juli 1986 in de leeftijd van 86 jaar. Mevr. Yukiko Sugihara vierde haar 89ste verjaardag op 17 december 2002. Zij woont thans in Fujisawa, Japan.
|
|
| Laatst geupdate op ( Sunday 11 May 2008 ) |