| De Belgische Anti-maçonnieke Liga. Deel 2: de Bezetting |
| Wednesday 29 March 2006 | |
|
De Belgische Anti-maçonnieke Liga
Nadat de Militarverwaltung onder Edgard Reeder zich in Brussel had geïinstalleerd, brak een nieuwe periode aan voor de anti-vrijmetselarij om hun strijd met nieuwe en vrijwel onbeperkte middelen te hervatten. In het najaar van 1940 staken vijf mannen de hoofden bij elkaar en richtten de Belgische Anti-maçonnieke Liga L'Epuration-De Bezem op. Met uitzondering van de rexist en oud-piloot Charles Gillis de Sart-Tilman (1897-1977), die de voornaamste informant was geweest van de anti-maçonnieke campagne in La Libre Belgique en die in het Verzet ging, verzeilden alle bestrijders van de vrijmetselarij in de collaboratie. De Brusselse advocaat en rexist Léopold Flament wist Louis Nelis, een advocaat aan het Hof van Beroep in Brussel met zich mee te trekken. Ook André de Harting was geen onbekende bij de nazi's, de oud-exploitant van het casino in Blankenberge, was in dienst van de Abwehr en al sinds 1938 informant voor de Duitse ambassade te Brussel. De Hasseltse likeurstoker Henri Ponet, schoonbroer van Ouwerx en rexist dokter Paul Ouwerx ontketenden met hernieuwde ijver en gedreven door hun vooroorlogse afkeer voor de vrijmetselarij een nieuwe heksenjacht. Andere leden die de A.L. vervoegden waren Gustaaf Van Nuffel, ingenieur Joris Desbonnet, Marcel de Calon, Georges Tailleur en Henri Derouane.
Op 12 september 1940 hadden Dr. Paul Ouwerx en Jean Flament een onderhoud met SD-chef Dr. Hasselbacher, op het SD-hoofdkwartier te Brussel. Fier overhandigde Jean Flament een lijst van 38 namen en organisaties die rechtstreeks of onrechtstreeks met de vrijmetselarij te maken hadden. Flament en Ouwerx kregen van de SS licht op groen en stelden op 20 september 1940 de statuten op van hun nieuwe organisatie die op 14 februari 1941 verschenen in het Belgisch Staatsblad. Paul Ouwerx werd voorzitter, Jean Flament secretaris-generaal, Nelis commisaris en Henri Ponet Vlaamse secretaris. Vanaf februari 1941 pakte de A.L. uit met twee anti-maçonnieke tijdschriften. Voor het franstalig landsgedeelte werd dat Le Rempart met Louis Nelis als hoofdredacteur. Van Le Rempart zullen er tussen februari 1941 en december 1942 negentien nummers verschijnen tot het werd opgedoekt. Voor de Nederlandstaligen werd De Burcht uitgegeven onder hoofdredactie van Joris Desbonnet. De Burcht veranderde in augustus 1940 haar naam in De Volkswacht. Van bij het begin was er voortdurend anti-maçonnieke competitie met Volksverweering van René Lambrichts die beiden elkaar het alleenrecht op de anti-maçonnieke stijd betwistten. Er bestond niet enkel ruzie tussen de Liga en Volksverwering maar ook met Léon Degrelles Rex.
Degrelle hierover: "Rex, adversaire de toutes les internationales qui minaient secrètement le pays, s'était dressé souvent et viollement contre ces mafias souterraines qui avaient, autant que les marxistes et les juifs, poussé à la guerre européenne en 1939. Les loges avaient été tout particulièrement responsable de mon arrestation du 10 mai, de celles de milliers de mes camarades, de la mort horrible des vingt et un martyrs d' Abbeville." Degrelle 'vergat' er echter wel bij te vermelden dat naast extreemrechtse kopstukken er op 10 mei veel meer joden en communisten werden afgevoerd naar Frankrijk dan dat er Nieuwe Orde-leden tussen zaten (sic.) Op 24 november 1940 deed Degrelle er in zijn blad Le Pays Réel nog een schep bovenop: "La Franc-maçonnerie n'est pas seulement une loge, des loges, mais une cabale, des cabales, un complot permanent. Les Rotary Clubs et autres clubs de ce genre, aux buts apparemment si innoncents, si philanthropiques, et si idéalistes, ne sont pas autre chose que des institutions maçonniques." Ook de Vlaamse collaboratiepers moeide zich in de anti-maçonnerie. In navolging van de anti-maçonnieke actie van 1938-39 door La Libre Belgique ging het echter deze keer nier meer over ontmaskeren alleen maar met de bedoeling de vrijmetselarij te elimineren. In juni 1940 ging Volk en Staat van het VNV voluit de anti-semitische en anti-maçonnieke koers in. Op 14 juni sloot het VNV het nationaal-socialisme in de armen met de woorden: "De Duitsche zege is ook de Vlaamsche zege." In juni schreef de krant: "dat het kapitalisme, de partijpolitiek en de vrijmetselarij verantwoordelijk waren voor de decadentie van de 'Oude Orde'." Volk en Staat verweet de vrijmetselarij dat zij door haar filantropische opstelling ieder nationaal gevoel vergiftigd had. Vanaf februari 1941 was het VNV nog maar nauwelijks geïnteresseerd in de anti-maçonnieke actie.
Dat de Duitsers in de Vlaamse soldaten slechts geïnteresseerd waren als kanonnenvoer en in het geheim de ver-Duitsing van Vlaanderen voorbereidde en Vlaanderen de facto als de zoveelste provincie van het Derde Rijk wilde annexeren, had het VNV op dat ogenblik nog niet helemaal door (sic), dat zou pas later komen als het kalf al verdronken was en het VNV zich hopeloos aan de collaboratie met nazi-Duitsland had verbrand. Uiteindelijk onstonden er ook spanningen tussen de bestuursleden van de Liga onderling. In de loop van 1941 wisselde de samenstelling van het bestuur voortdurend. Eerst werd Jean Flament de laan uitgestuurd, daarna Desbonnet en Van Nuffel en de laatste twee bekenden, Nelis en Ponnet, werden op 18 september 1941 uit de Liga gestoten.
De Anti-maçonnieke tentoonstelling
Het idee van die tentoonstelling kwam niet van de Liga van Ouwerx maar was vanuit Vichy-Frankrijk overgewaaid naar onze locale anti-maçonniekers. De collaborende maarschalk Henri Philippe Pétain had zijn anti-semitische en anti-maçonnieke gevoelens nimmer onder stoelen of banken gestoken. De Franse loges hadden zich kort na het aanstellen van het Vichy-regime al in juni/juli 1940 ontbonden en Pétain vaardigde op 13 augustus een nieuwe wet uit die de geheime genootschappen verbood. In Frankrijk hadden ze al 150 jaar ervaring met anti-maçonnisme die nog dateerde van de tijd van de Zaak Dreyfus en de strapatsen van Léo Taxil. Het kon de Franse anti-maçonniekers maar weinig schelen dat de boeken van Taxil pure verzinsels waren geweest, want al zijn boeken en geschriften werden samen met dat andere leugenachtige pamflet De Protocollen van de Wijzen van Sion, in duizenden oplagen opnieuw verspreid. Ook Léopold Flament van de Liga zal in 1943 de Procollen opnieuw uitbrengen onder de schuilnaam Regulus. De Protocollen werden aldus het meest verspreid en gelezen tijdens de Tweede Wereldoorlog alhoewel het tot op heden nog steeds wordt aangehaald door zowel extreemrechts als door anti-Zionistische organisaties en dat vooral in moslimlanden. Vanaf oktober 1940 vond een hele reeks anti-maçonnieke tentoonstellingen plaats in Frankrijk die door Bernard Fay was samengesteld. Talrijke aangeslagen voorwerpen en documenten werden aan het publiek tentoongesteld die plaats vonden in de aangeslagen tempels van de loges. De opkomst van het publiek was maar mager, ondanks dat de Franse collaboratiepers tijdens de duur van de tentoonstellingereeks voortdurend allerhande indianenverhalen publiceerde over de vrijmetselarij.
Beslist werd om de eerste van de reeks anti-maçonnieke tentoonstellingen plaats te laten hebben in de werkplaats van de vrijmetselarij in de Lakensestraat 79 waar ook het HQ van de Gestapo was gehuisvest nadat het gebouw van de vrijmetselarij in de zomer van 1940 was geconfisceerd. Léopold Flament ontwierp de catalogus van de tentoonstelling. Opvallend in de catalogus was de foto waarop drie doodshoofden prijkten, getooid met respectievelijk de koningskroon, een pauselijke tiara en een laurierkrans. De begeleidende commentaar van Flament luidde dat "dit beeld één van de einddoelen van de vrijmetselarij symboliseerden: het omverwerpen van de monarchie, pausdom en militarisme". De tentoonstelling werd opgevat in acht thema's: de organisatie van de loges in België, de beschermfunctie van de vrijmetselarij, de onmogelijkheid van de Orde om specifieke (maatschappelijke) vragen op te lossen, de ridiculisering van de religieuze beleving van niet-maçons, het gebrek aan goede smaak binnen de loges, jodendom en vrijmetselarij, antinationalisme en kosmopolitisme, en antivolkse houding van de maçonnerie.
Intussen liep het gekrakeel binnen het bestuur van de Liga -net zolang de tentoonstelling liep en nog lang daarna- hoog op. Flament en Ouwerx beschuldigden elkaar wederzijds van fraude en het achterhouden van inkomsten van de Liga. Ook met Degrelle liepen de ruzies hoog op. Léopold Flament beschuligde Degrelle ervan van Pools-Joodse afkomst te zijn. Zijn roots zouden terug gaan tot 1760 toen de Poolse jood Isaac Mozkovski naar Frankrijk emigreerde en zijn naam veranderde in Legrellé en zijn nazaten zich later Degrelle begonnen te noemen. In het boek van Jimmy Koppen worden tientallen pagina's besteed aan die interne ruzies die bijwijlen ronduit karikaturaal zijn. Op 7 augustus 1942 slaagde de rexist José Streel door zijn bemiddeling het gekrakeel te doen ophouden.
Het lot van Vrijmetselaars en CollaborateursIn de zomer van 1941 werden door de nazi's de sluiting en verzegeling van de logetempels bevolen. Dat was al veel eerder op 5 september 1940 voor Nederland het geval geweest. Blijkbaar aarzelde de MV in België nog wat. Waardevolle archieven en bezittingen werden in beslag genomen en de gebouwen van de vrijmetselarij werden korte tijd later in beslag genoemen en bezet door Duitse verenigingen en collaboratiegroepen bezet. Zo had de DeVlag van Jef François haar hoofdkwartier in de logetempel van de Lakensestraat. Op 20 augustus 1941 werd de vrijmetselarij door de bezettende overheid officieel ontbonden en werden haar bezittingen verbeurd verklaard. Een vereffenaar werd aangesteld, maar, o.m. door de tegenwerking of de passiviteit van de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie de Foy kwam het niet tot de verkoop van de loge-eigendommen. Slechts een paar logedignitarissen werden opgepakt voor ondervraging en werden na korte tijd weer vrijgelaten.
Bij het Grootoosten werden de oud-grootmeester advocaat Raoul Engel (1887-1944) op 21 februari 1943 te Elsene omgebracht door leden van DeVlag. Grootmeester en oud-minister Jules Hiernaux (1881-1944) werd op 24 juli 1944 te Charleroi doodgeschoten en de oud-minister en oud-gouverneur van Namen François Bovesse (1890-1944) werd op 1 februari 1944 het slachtoffer van een wraakactie. Nog vier andere logedignitarissen ondergingen hetzelfde lot. Zo werd de grootmeester van de Orde van Memphis-Misraím, Georges Delaives, werd door de nazi’s onthoofd.
De dodenbalans voor de vrijmetselarij was triest. Na vier jaar oorlog waren minstens 108 vrijmetselaars omgekomen door moord, executie of ontbering. 65 logebroeders stierven als verzetsman of als politiek gevangene, 17 joodse logebroeders werden naar de concentratiekampen gedeporteerd, 11 vrijmetselaars werden door collaborateurs vermoord, 9 kwamen om tengevolge van militaire operaties zoals bv door bombardementen. 2 stierven in krijgsgevangenschap. Maar liefst 31 op 108 logebroeders droegen de 33ste graad. De materiële schade was enorm. Vele logetempels waren geplunderd, hun bezittingen verkocht als antiquaria, hun archieven verbrand of naar Rusland getransporteerd, vele logetempels hadden ook geleden onder de bombardementen van de geallieerden en later onder de V-bommen, waarvan verschillende totaal verwoest bleken. Als schadevergoeding werden de loges na lang procederen uiteindelijk slechts één frank schadevergoeding toegekend. Een moeizame heropbouw kon beginnen.
In de naoorlogse processen werden negen beklaagden beticht van hun anti-maçonnieke acties. Paul Ouwerx beweerde opeens geheugenverlies te hebben en kon zich met de beste wil van de wereld niets meer over de voorbije jaren herinneren. Ouwerx stierf in maart 1945 in de gevangenis van Sint Gillis. Jean Flament bleef voortvluchtig. Hij werd in oktober 1947 door de krijgsraad bij verstek veroordeeld tot de doodstraf en een half miljoen frank boete. Hij stierf kort na de uitspraak in een Berlijns ziekenhuis. De Harting bleek spoorloos verdwenen en werd nooit gevat. Ook Desbonnet, die aanvankelijk stiekem als toeschouwer in de rechtszaal had plaats genomen, werd herkend en verdween eveneens spoorloos zonder dat hij ooit nog gegrepen kon worden. De Thysebaert kreeg 1 jaar celstraf, Ponet kreeg twee jaar gevangenisstraf en 25.000 frank boete, Nelis kreeg vijf jaar, Tailleur zeven jaar en Derouane tien jaar gevangenisstraf. De zeven veroordeelde leden moesten eveneens een symbolische frank schadevergoeding betalen aan de loges aan wie zij zoveel kwaad hadden gedaan. Al bij al erg milde vonnissen temeer daar door de Openbare aanklager voor de doodstraf werd gepleit.
De anti-vrijmetselarij herleeft
Toen in mei 1979 de Vlaams Nationalistische Partij van Karel Dillen (de VNP werd gesticht in oktober 1977) zich omdoopte naar
Vlaams Blok, was van bij het begin het solidarisme van Joris Van Severens Verdinaso
in haar programma gebeiteld. Vele kopstukken waren (of zijn nog steeds) kaderleden van Were Di, dat opgericht werd door ex-Waffen
SS'r Bert Van Boghout (1916-2003), en waarvan Karel Dillen de hoofdredacteur was. Uit de Grondbeginselen van het Vlaams Blok: "Als solidaristische partij eist het VLAAMS BLOK het herstel van de rechtsstaat tegen de dictatuur van partijen, drukkingsgroepen, personen. Als solidaristische partij keert het VLAAMS BLOK zich tegen het liberalistisch uitbuitingskapitalisme evengoed als tegen de marxistische en communistische dwangsystemen.[..] Als solidaristische partij wijst het VLAAMS BLOK de ongecontroleerde partij syndicaten af, evengoed als de ongecontroleerde uitwassen van het liberalistisch kapitalisme.[..] Een solidaristische gemeenschap is een prestatie gemeenschap die het VLAAMS BLOK bewust plaatst tegen de begoocheling en vervlakking van de moderne verzorgingsmaatschappij. Prestatie is plicht, en geeft alléén rechten." Van Boghout was niet de braafste collaborateur: kringleider van de Nationaal-Socialistische Beweging in Vlaanderen, actief bij het antisemitische ‘Volksverwering‘ dat streefde naar een zuiver Arisch Vlaanderen door onder meer zwarte lijsten van joden en vrijmetselaars te publiceren, Waffen SS-vrijwilliger aan het oostfront, na de oorlog tot levenslang veroordeeld, lag later mee aan de wieg van het Vlaams Blok en verspreidde tot diep in de jaren tachtig van de twintigste eeuw via de Were Di-boekendienst Duitstalige nazi-literatuur en "historisch documentaire langspeelplaten", zoals ‘Das Vaterland ruft’ en het zeer pedagogische ‘Wie gewinne ich eine Wahl?’ met de toespraken van Joseph Goebels en Adolf Hitler op het verkiezingscongres van de NSDAP in 1938. bron
Het Verdinaso van Joris Van Severen was een uitgesproken Groot-Nederlandse partij die zich liet inspireren door het fascisme van Benito Mussolini. Voor wie zich afvraagt waar het huidige Vlaams Blok/Belang hare mostaard haalt: uit het programma van het Verdinaso: punt 4) "Dat de aldus gezond-wordende en gezond-gewordene Dietsche Natie worde beveiligd tegen al hare vijanden, zoowel binnenlandsche als buitenlandsche. Die Vijanden zijn: A) DE VREEMDELINGEN, die de integriteit en de gezondheid der Natie bedreigen en aantasten. Op dit oogenblik in de éérste plaats: de Franschen, Walen en Franskiljons. B) De MACHTEN die de Natie willen beheerschen om EIGEN VOORDEEL: het Geld en de Vrijmetselarij. C) De MACHTEN die de Natie ONDERMIJNEN of zoeken UITEEN TE RUKKEN: het Liberalisme; het partijenstelsel; het Marxisme en de klassenstrijd-propaganda; de materialistische levensbeschouwing in al hare uitingen."
Een andere bekend voormalig mandataris van het Vlaams Blok/belang is Ignace Lowie.
In Dietsland-Europa, het maandblad van Were Di waaraan hij vanaf 1990 meewerkte, wees Lowie met een beschuldigende vinger naar het
joods grootkapitaal: In de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen in 2000 bracht Jan Penris het boek "De slag om Antwerpen" uit waarin hij de eerste honderd dagen van het Vlaams Blok/Belang in het stadhuis beschrijft. In dit fictieve verhaal wordt het Vlaams Belang, dat net niet de absolute meerderheid behaalt, in het zadel geholpen door drie zogenaamde 'overlopers'. Eén VLD-, één CVP- en één VU-gemeenteraadslid, die respectievelijk luisteren naar de naam Demetser, Timmermans en De Vlaeminck. Symbolische namen, waarmee Penris alweer bij een extreem-rechtse samenzweringstraditie aansluit. Demetser is bijvoorbeeld een verwijzing naar de vrijmetselarij; voor Penris is de loge zonder enige nuance synoniem voor de VLD. bron
Slot
Een en ander noopte de vrijmetselarij wel om te reageren. Drie vrijmetselaars publiceerden Op 28 augustus 1999 onder de kop "De vrijmetselaar als fabeldier" een antwoord in De Standaard waarbij ze de beweringen van Jan Eppink weerlegden: "Het moest er van komen dat gefrustreerde christen-democraten, die gruwen van zelfkritiek, hun verplichte oppositiekuur aan duistere machinaties van hun opponenten wijten. En wie zijn er dan beter geschikt om als samenzweerders gebrandmerkt te worden? De vrijmetselaars! Men zou kunnen denken dat de media in onze contreien zouden terugschrikken voor een methode die al eerder in onze geschiedenis gebruikt werd door fascistoîde groeperingen en door de nazi's. De 'judeo-maçonnieke samenzwering' in allerlei varianten werd in de jaren '30 door dit 'onzindelijk allegaartje' (sic) aangeklaagd als de bron van alle verderf in Europa en Amerika."
De moord op Gods bankier Roberto Calvi van de Banco Ambrosiano door Propaganda Due (P2-Loge) was in de jaren 80 van de vorige eeuw veelvuldig in het nieuws, mede doordat veel bekende Italianen er bij betrokken leken of waren. In juni 1982 werd het lichaam van Roberto Calvi dood aangetroffen in Londen, hangend onder de Blackfriars Bridge (waarvan wordt verondersteld dat dit een belangrijke plek is voor de vrijmetselarij. BlackFriars = Zwarte Broeders). Op diezelfde dag viel Calvis’s secretaresse, Graziella Corracher uit een raam van de bank in Milaan.
De anti-vrijmetselarij is nadrukkelijk aanwezig op het internet. Door middel van het beeldverhaal: 'The curse of Baphomet', pogen Amerikaanse anti-vrijmetselaars de vrijmetselarij in het diskrediet te brengen. Het is beslist de moeite waard om de methodes en de beweegredenen van de anti-vrijmetselaars te bestuderen. Vandaar dat een aantal hyperlinks naar sites van anti-vrijmetselaren werd voorzien. Dikwijls wordt verwezen naar Léo Taxil (1854), voormalig vrijmetselaar en zogenaamd verrader van de maçonnieke geheimen. Hij probeerde munt te slaan uit de geheimdoenerij en praatte de volgzame, naïeve en op sensatie beluste clerus naar de mond.
Wie herinnert zich bovendien de artikels niet die verschenen over de vervreemde betrokkenheid van vrijmetselaars bij de plotselinge dood van Paus Johannes Paulus I op 1 oktober 1978? Het blijft een feit dat vrijmetselaars steeds de fantasie van de mensen zal blijven prikkelen en een voortdurende bron voor extreemrechts om haar vermeende samenzweerderstheorieën kracht bij te zetten. Het vijandbeeld, de zondeboktheorie en het complotdenken blijven alleen levensvatbaar, wanneer de bevolking door angstgevoelens, xenofobie, onwetendheid en verwarring, handig en systematisch door extreemrechts worden opgeklopt en uitgebuit voor hun sinistere doeleinden, en de bevolking door extreemrechtse haatpropaganda bepaalde groepen in onze samenleving als vijanden gaat beschouwen. Hoe zoiets eindigt weten we ook, want de herinnering aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog waartoe dergelijke zondeboktheorieën hebben geleid, zullen voor eeuwig in ons nageslacht blijven voortleven. Met bijzondere dank aan Jimmy Koppen van de Vrije Universiteit Brussel voor het welwillend ter beschikking stellen van zijn materiaal, zonder wie deze artikelenreeks over de vervolging van de Vrijmetselarij nooit tot stand had kunnen komen.
Bronnen
BronnenGeraadpleegde bronnen uit de literatuur (eigen bibliotheek):
• Passer en Davidster - Vervolging van vrijmetselaars en joden in België (Jimmy Koppen)• De Vrijmetselarij in Nederland en Vlaanderen (Piet van Brabant) • Tegen uiterst rechts, Vrijmetselaars aan de slag! (Bartholdi Kring) • Lexicon van de Loge - Handboek voor Vrijmetselaars; Piet van Brabant; Hadewijch 1993; ISBN 90 5240 1918 • Vrijmetselarij in woord en beeld; Erwin C.D. Garden; Uitgeverij Parsifal Antwerpen 1994; ISBN 90 6458 116 9 • Elementen van Vrijmetselarij; Barend Korvij; Uitgeverij Strengholt 1995; ISBN 90 6010 862 0 • Vrijmetselarij in de Lage Landen - Een mysterieuze broederschap zonder geheimen; Dr. Anton Van de Sande; Walburg Pers; 1995; ISBN 90 6011 930 4 • Greep naar de Macht - Vlaams-Nationalisme en Nieuwe Orde - Het VNV 1933-1945; Bruno De Wever; Lannoo 1995; ISBN 9080063576 • De Kollaboratie deel 1; Maurice De Wilde; Ned. Boekhandel 1985; ISBN 9028909621 • De Nieuwe Orde; Maurice De Wilde; Ned. Boekhandel 1982; ISBN 9028997865 • Vrijmetselarij, de grote onbekende, 1717–1967. Poging tot inzicht en waardering; Uitgeverij de Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1972; Prof. dr Michel Dierickx; ISBN 90 289 9696 6 |
|
| Laatst geupdate op ( Friday 08 February 2008 ) |