Opkomst extreemrechts. Deel 3: De mislukte staatsgreep van 25.10.1936
Monday 05 June 2006

Inleiding

In januari 2001 pakte volksvertegenwoordiger van het Vlaams Belang Guido Tastenhoye in Meervoud uit met een strategisch plan om Brussel 'desnoods gewapenderhand te heroveren' en tegelijk een Berlijns scenario voorstelde: de blokkade van Brussel. De eigenzinnige loslippigaard die uitsprak wat al vele jaren bij het extreemrechtse Vlaams Belang leeft, werd snel door de VB-top weer tot de orde geroepen wegens te voorbarig. Die onweerstaanbare drang van extreemrechts om hun antiparlementaire en antipolitieke visie desnoods met geweld af te dwingen is niet nieuw. Tijdens het interbellum stonden haar voorlopers, het VNV, Verdinaso maar vooral REX van Léon Degrelle ook al te popelen om een en ander af te dwingen. Op 6 oktober 1936 sloten het VNV van Staf de Clercq en Léon Degrelle, de latere SS-kolonel van wie Adolf Hitler zei dat 'als hij een zoon had hij zou willen dat die op Degrelle leek', een samenwerkingsakkoord met verstrekkende implicaties. Geholpen door conservatieve antiparlementaire krachten binnen de liberale en katholieke zuilen en hoge officieren bij de Rijkswacht en het leger, bereidden zij een staatsgreep voor tegen het kabinet van Van Zeeland, die op 25 oktober 1936 zou plaats hebben: Mars op Brussel!

 

 

 

 

 

Belgicisten en separatisten één strijd?

Op 24 mei 1936 worden er parlementaire verkiezingen georganiseerd. Léon Degrelle besluit pas op het laatste nippertje om mee te doen en kan onder de naam REX nog net op tijd met zijn nieuwe partij deelnemen. Degrelle voert een opvallende rumoerige campagne, die de eenheid binnen de katholieke partij en haar organisaties flink door elkaar schudde. Met een goed georganiseerde smaad- en lastercampagne tegen de KAJ-JOC-beweging en de christelijke vakvereniging wordt een sfeer van scandalitis gecreëerd die goed aanslaat bij de burger. Later zullen veel rexisten toegeven dat een stem voor REX in 1936 hoofdzakelijk een proteststem was tegen het politieke etablishment.

De resultaten zijn verpletterend voor de gevestigde partijen. De rechtse, autoritaire en corporatistische Rex-beweging behaalt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers 11,49% van de stemmen en behaalt vanuit het niets op slag 21 zetels op 202 in de Kamer en 12 zetels in de Senaat. Ook het VNV, dat onder de naam Vlaams Nationaal Blok(!) deelneemt aan de parlementsverkiezingen, scoort opvallend goed en verdubbelde haar zetelaantal van 8 (1932) naar 16 zetels in 1936. De socialistische BWP houdt redelijk stand maar verliest toch 3% van de stemmen ten voordele van de kleinere Kommunistische Partij die 6% van de stemmen behaalde.

Extremistische partijen (VNV, Rex en de KPB) hadden samen 46 zetels op 202 binnengehaald. Deze score was een zware slag in het gezicht van de gevestigde partijen en een regelrechte bedreiging voor de voortzetting van de parlementaire democratie. Na de ophefmakende verkiezingen van 24 mei, waren de politieke kopstukken gewonnen voor een heruitgave van een kabinet Van Zeeland van nationale unie, waarin de grote partijen van socialisten, liberalen en katholieken andermaal de handen in elkaar sloegen om extreemrechts van de macht te houden. Paul Van Zeeland (1893-1973) kon met zijn tweede regeringsploeg van nationale eenheid op 24 juni 1936 aan de slag, maar zal het uiteindelijk slechts uithouden tot 24 november 1937.

In de nasleep van de verkiezingen van mei 1936 bleef het rommelen onder de extreemrechtse partijen. Rex had ook deelgenomen in Vlaanderen met een Vlaamse editie van Rex, waar Paul De Mont (1895-1950) met bekwame hand Rex-Vlaanderen op de kaart had gezet en er met zijn rexistische partij 72.000 Vlaamse stemmen had binnengehaald of 7% van de kiezers. Paul De Mont, senator voor Rex sinds mei 1936, was een zwaar oorlogsverminkte die aan het IJzerfront zijn beide benen werden geamputeerd, zag in het Rex-VNV akkoord een goed compromis tussen het Vlaams-nationalisme en de Belgische constructie, waarbij een sterke monarchie als een dam zou dienen tegen het linkse Volksfront en marxisme.

Koning Leopold III werd in de jaren dertig en zeker vanaf 1936, als het boegbeeld beschouwd van een ruim rechts en anti-communistisch blok. De Frans-Belgische alliantie was al een tijd erg kritiek en eindigde abrupt wanneer de Duitsers onder Adolf Hitler op 7 maart 1936 het Roergebied opnieuw bezetten. Echter niet voor Degrelle die zijn goede contacten met Mussolini en Hitler consolideerde. Na een bezoek van Leon Degrelle aan Benito Mussolini mag Degrelle tussen augustus 1936 en mei 1937 maandelijks een toelage van 250.000 lire op zijn account schrijven. Op 26 september 1936 ontmoet hij ook Adolf Hitler en mag Degrelle andermaal 100.000 Rijksmarken mee naar huis nemen.

In oktober 1936 kondigde koning Leopold III de Belgische neutraliteit af. België was tot dan toe een trouwe bondgenoot geweest van Frankrijk en Groot-Brittannië. De koning hoopte dat het land daarmee aan de Duitse oorlogsdreiging kon ontkomen.

Het VNV zag een en ander met lede ogen aan en vreesde dat Rex-Vlaanderen een geduchte concurrent op Vlaamse bodem zou worden en stuurde aan op een akkoord met Rex. Op 5 oktober 1936 was het dan zover en komt het tot een wel erg dubieus 'geheim' samenwerkingsakkoord tussen Staf de Clercq en Léon Degrelle, zonder dat hun achterban daarvan op de hoogte was, dat moest pas later gebeuren. Staf de Clercq nam wel meer besluiten op eigen houtje zonder de basis te raadplegen.

Enkele dagen later maakte Degrelle toch het geheim akkoord bekend, dit tot grote frustratie van de separatische VNV-basis die maar niet kon bevatten dat haar eigen top met het Belgicistische Rex en alle franskiljons die ze zo hard hadden bestreden, het achter hun rug om op een akkoordje had gegooid. In Gent en Antwerpen bestond Rex-Vlaanderen voor een groot deel uit leden van de franskiljonse bourgoisie die hevig gekant was tegen het Vlaams-nationale separatisme en tegen het VNV in het bijzonder en hun 'held' en 'martelaar' Dr. August Borms een vuige landverrader bleef heten.


 

 

 

Mars op Brussel der 250 000 rexisten

Gesterkt door het Rex-VNV akkoord, kondigde Léon Degrelle in oktober 1936 met veel bombast zijn 'Mars op Brussel van 250 000 rexisten' aan die gepland werd voor 25 oktober 1936. Die datum was niet toevallig gekozen. 25 oktober was uitgerekend ook de dag waarop de oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog hun jaarlijkse optocht hielden in de neutrale zone van het parlement. Naar jaarlijkse gewoonte defileerden zij massaal voorbij het koninklijk paleis te Brussel waar de koning hen opwachtte, waarna de stoet verder trok om hulde te brengen aan het monument van de Onbekende Soldaat, de zogeheten Congreskolom die op 26 september 1859 werd ingehuldigd.

Het plan van Degrelle was gedurfd. Volgens het scenario van Rex moest deze optocht van oud-strijders op 25 oktober uigroeien tot een opstand tegen het parlement waar alle extreem-rechtse krachten samen met de oud-strijders van de VOV-UFAC, achter de Belgische vlag en de monarchie, het nabijgelegen parlement en de ministeries zouden bestormen. Degrelle liet zich daarbij inspireren door de rellen in Parijs van 6 februari 1934, waar extreemrechts onder leiding van kolonel de La Rocque en de oud-strijders van zijn vuurkruisers -de Croix de Feu- samen met 40.000 extreemrechtse betogers het paleis bestormden om het socialistische kabinet van Léon Blum uit haar voegen te lichten.

In de weken die vooraf gingen aan de mislukte coup, onderhield Degrelle nauwe contacten met de vele Fraternelles en oud-strijdersorganisaties. De krant Le Soir maakte bekend dat, precies op de dag van het Rex-VNV akkoord, dat de Rex-leiding geheime besprekingen voerde met de VOV-UFAC, de Vereniging van Verbroederingen van het Veldleger, en dat een samenwerkingsakkoord op til stond om op 25 oktober het ogenblik zou aanbreken om met de verenigde extreem-rechtse milities hun oude plan van mei 1935 uit te voeren en het kabinet van Van Zeeland ten val te brengen. Op 11 oktober 1936 kwamen 5.000 vuurkruisers samen te Brussel waar Stassart, de voorzitter van Henegouwen, onomwonden zijn dreigementen uitte: "De vuurkruisers zullen in dienst staan van de revolutie, zoals zij destijds in dienst stonden van het vaderland. Wij bevinden ons vanaf vandaag in staat van wettige zelfverdediging!"

De spanning bleef toenemen. Op 14 oktober verklaarde graaf Charles d'Aspremont Lynden, voorzitter van de Féderation des Cercles Catholiques, op een vergadering onomwonden dat hij een regeringscoalitie met Rex verkoos boven een coalitie met de socialisten. De katholieke senator stelde dat "Het rexisme een levendige kracht vormt die in grote mate beantwoordt aan wat de publieke opinie wezenlijk nastreeft. Rex stelt een probleem waar men niet moet trachten te ontkomen, maar dat integendeel moet opgelost worden." Een deel aan de rechterzijde van de katholieke partij leek zich tegen het kabinet Van Zeeland te keren.

Daarnaast dreigde nog een ander en belangrijker gevaar: het officierenkorps van de Rijkswacht dat zelf al jaren geïnfiltreerd werd door extreemrechtse krachten. De Verbroedering van de Rijkswacht stond onder de leiding van kolonel Georges Vigneron, die tevens kopstuk bij Rex was en tegelijk ook de chef van de ordedienst van Rex, de privémilitie S.O.P., die de manifestatie organiseerde. De Rijkswacht die de openbare orde moest handhaven tijdens de komende Mars op Brussel van Rex, kon zich wel eens tegen het parlementaire regime keren op die bewuste dag.

Ook de minister van Buitenlandse Zaken, de socialist Paul-Henri Spaak (1899-1972), mengde zich in de verbale strijd en sprak op 16 oktober: "De regering neemt nu de leiding van de strijd tegen al diegenen die ervan dromen België een regime van diktatuur op te leggen.(..) Indien wij de essentie van onze tradities en onze politieke organisatie willen redden, dan moeten wij in de eerste plaats de moed en de wil opbrengen om de staat te versterken en hem toe te laten de aanvallen af te slaan die tegen hem ondernomen worden. (..) Ik vraag dus welbewust, dat de krachten veeleer gebundeld worden onder hetmotto van de verdediging der vrijheden dan onder het motto van de verdediging van de democratische instellingen, zoals die nu bestaan.(..) Het lijdt volgens mij geen twijfel, dat Degrelle een totalitaire staat in het leven wil roepen. Zijn ganse taktiek toont aan dat daar zijn doel ligt. Eén almachtige leider, geen politieke partijen, tenzij één enkele: die van de leider zelf. Dat is de weg die leidt naar de dictatuur."

Paul Van Zeeland had eveneens de donderwolk zien aankomen en verbood prompt de aangekondigde betoging. Op 22 oktober, drie dagen voor de mars moest plaatsvinden, verdedigde de premier zijn beslissing in een nieuwe radiorede. Van Zeeland gebruikte de klassieke en populistische bliksemafleider 'het is allemaal de schuld van links' om aldus de rechtse leiders binnen de VOV-UFAC te lijmen en benadrukte verscheidene malen dat de regering geen communistische dictatuur zou dulden: "Als ik het goed heb, is de voornaamste motivatie, die u momenteel in beweging brengt, de onrust die een groot aantal onder u ertoe aanzet zich te verzetten tegen het communistisch gevaar. Op dit punt wil ik twee precieze verklaringen afleggen. Ten eerste. De regering is gewapend tegen elke poging tot communistische opstand of geweldpleging."

Van Zeeland waarschuwde ervoor om geen geweld te gebruiken om het communisme af te stoppen: "Geweld roept geweld, wanorde roept wanorde op. De onwettelijkheid is een kwaad op zich. De ergst mogelijke aberratie zou erin bestaan de orde te willen verdedigen en bewaren door zelf als eerste de agitatie en de wanorde uit te lokken." De dringende oproep van Van Zeeland om geen geweld te gebruiken en de orde en kalmte te bewaren was niet lichtzinnig. De socialistische partij had als repliek op Rex, haar kaderleden en militanten opgeroepen om op 24 en 25 oktober, de dag van de aangekondigde mars, om massaal deel te nemen aan een inderhaast bijeengeroepen congres dat te Brussel werd gehouden.

Bovendien had ook de socialistische vakbond haar militanten, waaronder de goed getrainde Jeunes Gardes Socialistes en de Union Socialiste Anti-Fasciste (USAF) geleid door Aimé Verneirt, opgeroepen om haar lokalen te bewaken tijdens de bewuste meeting. Een groot deel van de USAF zal zich trouwens later, tijdens de bezetting, engageren in het verzet bij de Gewapende Partizanen. Aimé Verneirt, zoon van een metaalvakbondsleider, werd op 19 juli 1943 aangehouden en hij werd door de nazi's terechtgesteld in München op 27 oktober 1944.

Op 23 oktober deed zich nog een ander incident voor dat de spanning deed toenemen. Te Brussel werden een half dozijn militanten van het Nationaal Legioen-Légion Nationale ingerekend, toen ze een groot aantal revolvers en geweren uit het locale wapenmuseum trachten te stelen. Het gearresteerde LN-lid, de 24-jarige Raymond Leloup, verklaarde tegenover de politie dat de wapendiefstal werd beraamd "omdat socialisten en communisten zich ook bewapenen."

 


25 oktober 1936: de staatsgreep mislukt

Degrelle besluit het betogingsverbod te negeren, en roept zijn aanhangers op om massaal naar Brussel af te zakken om er de regering Van Zeeland van de kaart te vegen. In de speciale zondageditie van 25 oktober die massaal en gratis werd verspreid lanceert Degrelle een rechtstreeks oproep aan Rijkswacht en legerofficieren zich aan de zijde van Rex te begeven, zich tegen de orders van de regering te keren en niet op te treden tegen de betogers: "...Maar zij die in het bijzonder belast zijn met de verdediging van de wet, namelijk de ambtenaren, de officieren en de rijkswachters, hebben van hun kant ook een eed van trouw gezworen aan de koning, aan de grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Door te handelen zoals nu, in openlijk verzet tegen de grondwet, plaatsen de ministers van de regering Van Zeeland de ambtenaren, deze officieren en deze rijkswachters voor een echt gewetensprobleem. Zullen deze ambtenaren, deze officieren en deze rijkswachters op hun beurt hun eed van trouw breken door gevolg te geven aan ongrondwettelijke bevelen? Of zullen zij de meinedige ministers ten spijt, hun eed en de grondwet eerbiedigen? Het probleem is gesteld."

De volksdemagoog Degrelle doet er in hetzelfde artikel nog een schep bovenop: "Van Zeeland zou willen dat er doden vallen als laatste redplank voor zijn kwijnend kabinet. Die doden, Van Zeeland, zult gij niet krijgen. Geen enkele betoger zal een wapen of een stok dragen. Geen enkele onder hen zal één kreet van woede uiten tegen rijkswacht of leger, zelfs indien die charges uitvoeren. De betogers zullen integendeel het leger toejuichen waarvan gij Van Zeeland op dit ogenblik vulgair misbruik maakt om de sociale oorlog te voeren en waarvan wij morgen de steunpilaar zullen maken van de nieuwe Staat."

De oproep van Degrelle had echter weinig gehoor gevonden. Nauwelijks meer dan 5000 rexistische betogers waren door de versperringen heen in het Brusselse stadscentrum geraakt. De regering had geen risico willen lopen en niets aan het toeval overgelaten. Alle strategisch belangrijke gebouwen - parlement, stadhuis, ministeries, postgebouw, RTT, NIR (thans VRT/Eén)- werden zwaar bewaakt, zelfs met mitrailleursposten. De militairen hadden duidelijk de zijde van Van Zeeland verkozen boven de grillige amokmaker Degrelle.

De defile kende haar gewone verloop. De rexisten raakten nauwelijks tot bij de nadarhekken en troepten dan maar samen aan het plein voor de Sint-Goedelekathedraal, op nauwelijks tweehonderd meter vande congreskolom. De politie chrageerde even en deelde rake klappen uit. Rex senator Xavier de Grunne werd opgepakt. Degrelle kon het niet laten om nog even demonstratief een meeting te houden tegenover de kathedraal.

In het zicht van het publiek liet hij zich met opzet omringen door rexistische leiders die tot het korps der reserveofficieren van leger en Rijkswacht behoorden zoals reserve-legercommandant Eugène Mertens en één der leiders van Rex-Vlaanderen; Paul de Mont, verminkt oorlogsveteraan en senator en leider van Rex-Vlaanderen; reserve-luitenant René Lust, leider van Rex te Brussel; reserve-luitenant Hubert Van Outryve d'Ydewalle, perschef van Rex en last but not least: reserve-kolonel van de Rijkswacht Georges Vigneron, chef van de SOP, de paramilitaire militie van Rex en tevens voorzitter van de fraternelle van de Rijkswacht.

Al bij al eindigde de aangekondigde staatsgreep in mineur. Het werd een komplete afgang voor Rex en Degrelle. 250 betogers werden opgeapkt. Ook Léon Degrelle werd opgeleid maar korte tijd later weer vrijgelaten en kreeg voor zijn mislukte staatsgreep uiteindelijk slechts een gewone verkeersboete...

 

 

 

 

 

 

Nasleep

De mislukking van de staatsgreep van 25 oktober 1936 wordt thans algemeen toegeschreven aan het uitgelekte akkoord tussen het VNV en Rex van 6 oktober. Hierdoor verloor Degrelle alle geloofwaardigheid en het vertrouwen van de koningsgezinde en Belgicistische samenzweerders, waar ze zich toen ook bevonden. Ook het feit dat nu duidelijk werd dat zich vele rexisten bevonden bij Rijkswacht en leger en vooral de voorzitter van de Fraternelle van de Rijkswacht, kolonel Georges Vigneron, zich had getoond als rexistische leider en tevens de chef van de rex-militie bleek, was een gegeven waar iedereen het moeilijk mee had.

Van Zeeland bleef na deze mislukte rexistische stunt waarschuwen voor de dictatuur. In een toespraak op 30 oktober 1936 voor de Belgische magistratuur in het Justitiepaleis te Brussel verklaarde hij: ""België scheen aan een economische heropleving toe. Maar de gevaarlijkste valkuil bedreigt nu het land: de dictatuur. Wij staan voor een dilemma: zullen wij ondergaan in de dictatuur of onze vrijheden bewaren? En dit probleem stelt zich overal: kijk rond in de wereld. Wij ontsnappen niet aan deze tendens.""

Kolonel Georges Vigneron werd nog door het parlement op het matje geroepen omwille van zijn deelname aan de mislukte coup en zijn rol binnen Rex. Op 30 december 1936 werd de 56-jarige kolonel Vigneron gedegradeerd en verloor definitief zijn rang van kolonel in het reservekader van de Rijkswacht. Hij behield echter zijn rijkswachtpensioen en de titel van 'majoor-op-rust'. In januari 1937 viste Rex de ex-kolonel weer op en benoemde Vigneron tot gecoöpteerd senator voor de partij. Een functie die hij uitoefende tot aan de vooravond van de inval van de nazi's op 10 mei 1940.

De para-militaire militie van Rex S.O.P. (Service d'Ordre et de Propagande) werd in januari 1937 wettelijk ontbonden op basis van de wet op de privémilities. In april 1940 keerde ex-kolonel Vigneron Rex de rug toe. Hij was altijd al een overtuigde Belgische patriot gebleven en speelde tijdens de bezetting een belangrijke rol in het nationalistische verzet tegen de bezetter. Niet zo verwonderlijk te bedenken dat de extreemrechtse Vigneron tijdens de Eerste Wereldoorlog persoonlijk door Albert I werd gedecoreerd wegens moedig gedrag aan het IJzerfront.

 


 

11 april 1937: Van Zeeland vs Léon Degrelle

Zes maanden na de mislukte putsch van 25 oktober 1936 had Degrelle zijn ambities om de macht te grijpen nog steeds niet opgegeven. In maart 1937 beging hij echter zijn grootste vooroorlogse blunder: de tussentijdse verkiezingen van 11 april 1937 te Brussel. Degrelle besloot tot een krachtmeeting met het kabinet Van Zeeland II. Op 7 maart 1937 kondigde Degrelle aan dat het Brusselse kamerlid van Rex, Alfons Olivier, samen met alle plaatsvervangers zouden aftreden om op die manier tussentijdse verkiezingen uit te lokken, waarmee Degrelle hoopte voor zichzelf een kamerzetel te bemachtigen. Premier Paul Van Zeeland nam de uitdaging aan.

Het geheime Rex-VNV akkoord van 5 oktober 1936 tussen Staf de Clercq en Léon Degrelle braken zowel Rex als het VNV zuur op. Paul Van Zeeland werd door alle partijen inclusief de communistische partij als hun eenheidskandidaat voorgedragen. Uitgezonderd dan het VNV dat zich voluit achter Degrelle schaarde, zeer tegen haar eigen zin want het VNV was vooraf niet eens op de hoogte gebracht van de stunt van Léon Degrelle. Van Zeeland plaatste deze tussentijdse verkiezingsstrijd volledig in de strijd van de democratie versus het fascisme. Vergelijkingen met de Spaanse Burgeroorlog, waarbij een overwinning van Van Zeeland aangekondigd werd als een zege voor de Belgische versie van het Frente Popular (het linkse Spaanse Volksfront), en Rex vergeleken werd met de Franco-partij, waren niet uit de lucht.

Tijdens de propagandaslag die aan de verkiezingen vooraf gingen werd het akkoord met het VNV zijn grootste handicap. De tegenstanders hadden de bekende Rex-slogan 'Rex Vaincra' omgebogen tot 'Votez Degrelle... Borms Vaincra!' Ook het anti-Belgische VNV zelf kreeg grote problemen om haar achterban achter Degrelle te krijgen. De Belgicistische Rex-leiders verkondigden aldoor dat men bv de Groot-Nederlandse gedachte van het VNV niet te ernstig moest nemen en dat het VNV bereid was om samen met Rex het idee deelde om België om te vormen tot een sterke staat onder het gezag van de koning.

Slechts enkele dagen voor de verkiezingszondag, beging Degrelle een kapitale fout die hem fataal zou worden. Op woensdagavond 7 april 1937 verklaarde hij op een meeting in het Brusselse sportpaleis: "Eén gezag, één enkel, mag zeggen of Rex op de ware baan is: Mechelen. Heeft Mechelen gesproken? Nee. Zal Mechelen spreken? Nee, omdat het vrede heeft met Rex, en de katholieke kiezers zal laten stemmen zoals zij het verkiezen. Had over ons de minste twijfel bestaan, dan zou de aartsbisschop hebben gesproken. Omdat ons geval klaar is, laat hij aan de katholieken volle vrijheid." Degrelle verklaarde verder dat "er geen conflict heeft bestaan tussen Mechelen en Rex, en dat deze met Kerstdag niet veroordeeld werd door de brief van de bisschoppen die hem niet noemde."

Het ging hier over een herderlijk schrijven van Kardinaal Mr. Van Roey van het Mechels Bisdom van Kerstmis 1936 die volgens Degrelle niet tegen Rex gericht was. Eerste-minister Paul Van Zeeland bracht hierover verslag uit bij kardinaal Van Roey en vroeg hem om Degrelle te veroordelen. Van Roey was zo verontwaardigd door de uitspraken van Degrelle, dat hij prompt reageerde met een perscommuniqué, waarin hij verklaarde dat de herderlijke brief van kerstmis 1936 wel degelijk tegen Rex gericht was. Hij typeerde die partij als "een gevaar voor het land en de kerk" en riep alle gelovigen op om op Van Zeeland te stemmen, het werd hen zelfs verboden door de kardinaal om blanco te stemmen.

Degrelle, bang voor de implicaties van het communiqué, beweerde dat alles rond een misverstand draaide. Hij verklaarde bereid te zijn zich dadelijk aan te passen aan de wensen tot wijziging van de kerkelijke overheid. De excuses van Degrelle mochten niet meer baten. Bij de verkiezing op 11 april behaalde Van Zeeland 76% van de stemmen tegenover slechts 19% voor Degrelle. 5% van de kiezers stemde blanco.

Redenen voor het verlies van Rex en Degrelle moeten gezocht worden in de expliciete veroordeling van Rex door Van Roey, alsook in het feit dat door het akkoord met het VNV, Rex de sympathie had verloren van de Brusselse patriottische kringen en van het oud-strijdersmilieu dat zich had samengebundeld in de VOV-UFAC. Die gingen vanaf dan Léon Degrelle associëren met Hitler en met de landverrader Dr. August Borms.

Ook het akkoord van Rex met het VNV ging er aan. Naar aanleiding van een amnestiebetoging te Brussel waaraan werd deelgenomen door veel rexisten en rexistische parlementsleden, en Degrelle zich op 21 juni laattdunkend had uitgelaten over het VNV en dat het Rex-VNV akkoord niet betekende dat Rex in Vlaanderen het terrein aan het VNV zou overlaten, kon Staf de Clercq niet anders meer dan op 24 juni 1937 het akkoord in de ijskast te zetten. Op 17 september 1937 werd het Rex-VNV akkoord definitief begraven.

Rex zal deze politieke mokerslag niet meer te boven komen. Bij de volgende en laatste vooroorlogse parlementsverkiezingen in 1939 zal zowel in de Kamer als in de Senaat nog slechts 4 zetels behalen, een verlies van maar liefst 17 zetels in vergelijking met de uitslag van mei 1936. Het is pas nadat België op 10 mei 1940 tijdens de 18-daagse veldtocht door nazi-Duitsland werd bezet dat REX, in het zadel geholpen door de nazi's, aan een tweede adem begint. Léon Degrelle zal zich diep in de collaboratie storten en met het Légion Wallonie aan de zijde van de nazi's aan het Oostfront kampen tegen de geallieerde legers die vijf jaar later West-Europa zullen bevrijden van het nazi-juk.

Op 28 mei 1940 tekent Koning Leopold III, opperbevelhebber van het Belgisch leger, de onvoorwaardelijke overgave. Dit tegen de zin in van de Belgische regering die zich op dat ogenblik in Frankrijk heeft teruggetrokken, en later naar Engeland vluchtte om er een Regering in Ballingschap op te richten. Een en ander ligt mee aan de basis van de "Koningskwestie", die in de jaren na de oorlog bijna tot een burgeroorlog zal leiden. De verkiezingen van juni 1949 brachten een overwinning voor de CVP.

De regering Gaston Eyskens organiseerde een volksreferendum (het enige overigens dat ooit in ons land werd gehouden en niet eens bindend was) om het volk te laten beslissen over het lot van koning Leopold III. In het hele land stemden 58% van de kiezers "ja" op de vraag of de koning zou kunnen regeren. De Vlamingen stemden massaal voor de terugkeer van Leopold namelijk 72% pro, maar in Wallonië stemde een meerderheid van 58% van de Walen "neen". In het hele land braken stakingen uit en de koning besliste op 31 juli 1950 om troonsafstand te doen ten voordele van zijn zoon koning Boudewijn I.

 

 

Bronnen uit de literatuur

•  De Verloren Vrede (1918-39); Paul Louyet; De Nederlandsche Boekhandel; 1973; ISBN 90 289 9779 2
•  Collaboratie in België: Leon Degrelle en het Rexisme 1940-1944; Martin Conway; Uitgeverij Globe; 1994; ISBN 90 5312 021 1
•  De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België; Verhoeyen/Uytterhoeven; Uitgeverij Masereelfonds 1981; ISBN 90 641 7053 3
•  Herfsttij van de 20ste eeuw - Extreemrechts in Vlaanderen 1920-1990; F. Seberechts, Bruno De Wever e.a.; Uitgeverij Kritak 1992; ISBN 90 6303 447 4
•  Het Vlaams Blok 1938-1988 - Het Verdriet van Vlaanderen; Hugo Gijsels en Jos Vander Velpen; Uitgeverij EPO vzw 1989; ISBN 90 6445 655 0
•  Extreem-rechts en de Staat; Walter De Bock, Capelle, Graindorge, Maesschalck, Etienne Verhoeyen e.a.; Uitgeverij © Uitgeverij Epo vzw; 1981; ISBN 90 6445 971 1
•  Greep naar de Macht/Vlaams-Nationalisme en Nieuwe Orde/Het VNV 1933-1945; Bruno De Wever; Uitgeverij Lannoo; 1995;; ISBN 90 209 2267 X


Internet bronnen en verwijzingen:

•  Het conflict SAP - Van Zeeland 1934-1940 en de weerslag op de Belgische politiek door Karel Van Nieuwenhuyse
•  Italian Life under Fascism
•  6 février 1934 - Manifestation sanglante à Paris
•  François de La Rocque
•  Benito Amilcare Andrea Mussolini (29 juli 1883 - 28 april 1945)
•  Beurskrach van 1929
•  Koninklijke Commissie voor Geschiedenis
•  Nationaal Eenheidsfront der Oud-strijders - Funac.be / Nefos.be
•  Union des Fraternelles de l'Armée de Campagne 1914-1918 (UFAC)
•  LE JOURNAL DE NOS "ANCIENS"
•  OUDSTRIJDERS OP DE VUIST IN BRUSSEL Het amnestieconflict tijdens het interbellum DOOR GlTA DENECKERE
•  De Spaanse Burgeroorlog, 1936-1939
•  Belgisch premiers: Paul van Zeeland
•  DE SPAANSE BURGEROORLOG IN KATHOLIEK VLAANDEREN ONDERZOCHT IN DE PERIODIEKE PERS (1936-1939) door Bea FOUBERT
•  De algemene staking van 1932
•  De Spaanse Burgeroorlog
•  Tussen twee wereldoorlogen: Unie van de Socialistische Antifascisten (USAF)
•  
Laatst geupdate op ( Saturday 29 December 2007 )