|
Inleiding
Op 1 september 1944, bij het verschijnen van de allerlaatste editie van de VNV-krant Volk en Staat, schrijft Jeanne De Bruyn
in haar allerlaatste editoriaal: "Wij zullen, dat staat vast, in de Begijnenstraat [gevangenis van Antwerpen] en in koncentratiekampen
gestopt, tot levenslange dwangarbeid veroordeeld, doodgeschoten, opgehangen, geradbraakt, levend gevild en dan met zout bestrooid
worden." De collaborateurs zagen de donderbui aankomen, en ze zaten er niet eens ver naast naar wat hun te wachten stond.
Velen zullen echter ontkomen aan de uitvoering van hun doodstraf doordat ze in de beginjaren van de repressie waren gevlucht naar het
buitenland of ondergedoken leefden bij vrienden of familie. Wanneer ze na het eerste jaar weer opduiken, is de eerste [zwaardere]
repressiegolf al wat geluwd. Bekende voorbeelden zijn Jef Van de Wiele (DeVlag)en priester Cyriel Verschaeve (beiden ondergedoken
in Oostenrijk), Frans Daels van het VNV en voorzitter van de OorlogsIJzerbedevaarten die onderdook in Zwitserland, Léon
Degrelle van REX vluchtte naar het bevriende Spanje van dictator Franco, Jef François (Verdinaso en Vlaamse SS) dook onder, Henrik Elias, die sinds de dood van Staf de Clerq eind 1942 de leider was van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en de SS'rs Ward Hermans (Vlaamse SS) en Herman Van Puymbrouck, weken uit naar Duitsland. Ongeveer duizend[!]
andere collaborateurs konden via vrienden en netwerken de plas oversteken en zochten hun heil in Zuid-Amerika of in andere
overzeese landen, zoals bijvoorbeeld René Lagrou (Vlaamse SS) en Severien Verdoodt (DeVlag)
Jetje Claessens (1912-1995), de leidster van Dietse Meisjesscharen, werd na de bevrijding op 5 september 1944
gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Vorst, later in Leuven en Brugge. Een jaar later, na een bewogen proces waarbij
ook haar beroep werd afgewezen, werd ze ter dood veroordeeld. Dankzij de bemiddeling van enkele politiekers, o.m. door haar oom
Camiel Huysmans (1871-1968), ontsnapt ze wonderwel aan het executiepeloton. In de gevangenis huwde Jetje haar jeugdliefde Oscar
Delaeter, die reeds naar Argentinië was uitgeweken. Het huwelijk vond dus plaats met de handschoen, op voorwaarde dat ze ook naar
Argentinië zou uitwijken van het moment dat ze ontslagen werd uit de gevangenis.
In 1951 kwam Jetje vrij en emigreerde zij naar Mar del Plata in Argentinië om daar haar man te vervoegen. Ze kregen samen drie
kinderen. Met haar vrienden collaborateurs onderhield zij vele jaren nauwe banden met de collaborateursverenigingen in
België zoals bijvoorbeeld Broederband en het Sint Maartensfonds. Ze leverde ontelbare bijdragen aan het
tijdschrift De Schakel voor collaborateurs in Argentinië. In Broederband-kringen
bleef ze erg populair en zij wordt in 1991, nav het 20-jarig bestaan van Broederband afd. Antwerpen (die familieleden en
sympathisanten van ex-oostfronters groepeerde), als eregaste ontvangen in het Switel Hotel te Antwerpen. Bij haar aankomst op de
luchthaven werd ze enthousiast door de bijna voltallige leiding van het Vlaams Belang/Blok verwelkomd. Jetje Claessens overleed
in 1995 in Mar del Plata (Argentinië).
Deze lijst blijft onder voorbehoud en nog lange tijd vatbaar voor verbetering en aanpassingen. Hiermede
verzoekt Verzet.org aan het belangstellend lezend en surfend publiek, om zoveel mogelijk aanvullingen, namen, gegevens, en
eventueel beeldmateriaal toe te zenden. Informatie toezenden naar Verzet.org kan via het contact-formulier of rechtstreeks naar het emailadres: info-at-verzet.org.
Dir t/m Jan
 < Vlaanderen Brussel >
| FOTO |
Naam en voornaam |
Geboortedatum en -plaats |
datum en plaats
van executie |
Achtergrond en aanklacht |
 |
Henri (Hendrik) Dirickx |
1922
Tienen |
26.10.1946
Leuven
 |
Bekend onder de bijnaam 'de blauwe jas'. Dirickxs was één van de beschuldigden op het beruchte SD-proces te Leuven. Dirickx was net zoals vele andere collaborateurs een agent die opereerde voor
de Sipo-SD. Dirickx nam aan diverse moorddadige raids deel. Ondermeer die van 8 op 9 augustus 1944 te Tienen. Dat alles
op aanwijzing en met de steun van oorlogsburgemeester Marcel Engelen. Dirickcx maakte toen deel uit van de eerste commandogroep onder leiding van René Van Avondt. Die bestond uit Fernand Faingnaert, Lambert-Frans Janssens uit Leuven en Léon Cornu uit Tienen. Een tweede commandogroep onder bevel van Victor Hardiquest maakte Marcel Ponsaerts deel uit. De meeste van deze bendeleden -ook Dirickx- namen ook deel aan de razzia's te Meensel-Kiezegem van 1 en 11 augustus 1944.
|
 |
Marcel Engelen |
— |
25.10.1946
kazerne
Tienen
 |
VNV-Oorlogsburgemeester van Tienen van 12 februari 1943 tot 3 september 1944. Engelen bond in de zomer van 1944 de strijd aan tegen het verzet en in het bijzonder tegen de Partizanen en het Geheim Leger. Na de aanslag op de SS-man Georges Vanautgaerden (die pas veel later zal overlijden in Duitsland) werd onder zijn leiding de 'bloednacht van Tienen' georganiseerd wanneer een 15-koppige bende van Sipo-SD agenten en hulppolitie van Engelen (leden van het VNV) als represaillemaatregel tegen het verzet, koelbloedig op 9 augustus 1944 willekeurig drie mensen vermoordden. André Janssens, directeur van de Tiense suikerfabriek en verzetslid van het Geheim Leger, werd voor de ogen van zijn jonge vrouw doodgeschoten. Soortgelijke tonelen deden zich voor bij de bonthandelaar Armand Guillaume en Dr. Paul Moers. Armand Guillaume was een zakenman die 'Engelsgezind' was en het verzet financieel steunde. In de nacht van 8 op 9 augustus 1944 werd Guillaume uit zijn woning gehaald en wat verder op straat met enkele geweerschoten afgemaakt. Het echtpaar Moers-Callebaut waren beiden verzetsleden van het Geheim Leger. De dokter was ondergedoken, maar zijn vrouw Elisa Callebaut(º1903) werd meegenomen en geëxecuteerd. Als burgemeester was Engelen ook hoofd van de politie en de Feldpolizei en meteen ook moreel verantwoordelijk voor deze zinloze slachting. De Krijgsraad van Leuven veroordeelde Marcel Engelen op 12 november 1945 tot de doodstraf op basis van de artikels 118bis(administratieve collaboratie) en 121bis(verklikking met moord als gevolg). Marcel Engelen werd samen met Léon Cornu en Marcel Ponsaerts in de vroege ochtend van 25 oktober 1946 in de moestuin van de Tiense kazerne gefusilleerd.
|
 |
Fernand Faingnaert |
1921 |
26.10.1946
Leuven
 |
Eén van de beschuldigden op het beruchte Sipo-SD proces te Leuven. Faingnaert was een agent die opereerde voor
de Sipo-SD. Faingnaert nam aan diverse moorddadige raids deel. Ondermeer die van 8 op 9 augustus 1944 te Tienen (zie ook Marcel Engelen). Dat alles
op aanwijzing en met de steun van oorlogsburgemeester Marcel Engelen. Faingnaert maakte toen deel uit van de eerste commandogroep onder leiding van René Van Avondt. Die bestond uit Lambert-Frans Janssens uit Leuven, Léon Cornu uit Tienen en Henri Dirickx uit Tienen. Een tweede commandogroep onder bevel van Victor Hardiquest maakte Marcel Ponsaerts deel uit. De meeste van deze bendeleden -ook Faingnaert- namen ook deel aan de razzia's te Meensel-Kiezegem van 1 en 11 augustus 1944.
|
| — |
Georges Goedhuys |
1910 |
17.08.1945
Mechelen
 |
Tenlastelegging : Artikel 118bis van het Strafwetboek. Voorlopig geen verdere details bekend.
|
| — |
Guillaume Hermans |
1918 |
12.04.1947
Mechelen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
 |
René Hermans |
1918
Hasselt |
12.04.1947
 |
Kamp van Breendonk. Hermans was al voor de oorlog beroepsmilitair. Hij was lid van het Légion Nationale/Nationaal Legioen, een uiterst rechtse fascistische organisatie opgericht door Paul Hoornaert die zich afspiegelde aan Mussolini. Het LN/NL was zoals de meeste van de Franstalige extreemrechtse organisaties, erg royalistisch, bijzonder patriottisch en Belgicistisch gezind. Na de capitulatie zullen de meeste leden weigeren te collaboreren en traden vele militairen en oud-militairen massaal toe tot het ondergrondse verzet. Zo zal bijvoorbeeld Paul Hoornaert, oprichter van Légion National-Nationaal Legioen, eveneens tot het verzet toetreden, in 1941 door de Gestapo te Luik worden opgepakt en in 1944 in de Duitse gevangenis van Sonnenburg omkomen. De Duitse bezetter beschouwde deze organisatie van bij het begin als Duitsvijandig en gaat vanaf september 1941 over tot arrestaties van haar leden. Ook Hermans wordt opgepakt en opgesloten in de gevangenis van Hasselt. In mei 1942 wordt hij opgesloten in het kamp van Breendonk als 'politiek gevangene' [sic]. Vanaf september '42 is hij kameroverste. Door de gevangenen wordt hij omwille van zijn verklikkerstalent 'Balthasar' genoemd. De listige Hermans praat wat over zijn zogenaamd verzetsleven en wint het vertrouwen van vele gevangenen die hij één na één verklikt aan de bewakers. Hij zou aldus zeker verantwoordelijk worden van de dood van vijf gevangenen. De enige die altijd genoeg eten heeft is Hermans, voedsel dat hij steelt uit de voedselpaketten die sporadisch doorkomen. Verklikken brengt op. Hermans zet in het kamp een lucratief handeltje op in tabak en sigaretten. De zaak komt aan het licht en Hermans wordt gedeporteerd naar KZ Mauthausen. Ook daar wordt hij kapo en maakt ook daar misbruik van zijn functie om andere medegevangenen te mishandelen en zichzelf van extra rantsoenen te voorzien. Hij overleeft de kampen en keert terug naar België waarna hij wordt herkend door ex-gevangenen en in de boeien wordt geslagen. Voor zijn executie wordt Hermans nog gedegradeerd, hij was immers nog steeds officieel beroepsmilitair.
|
| — |
Herman Heylbroeck |
1912 |
11.06.1945
Hasselt
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Frans Horemans |
1920 |
19.05.1945
Antwerpen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
 |
Lode 'Louis' Huygen |
25.01.1911
Mopertingen |
04.06.1948
Tongeren
 |
Huygen was gouwcommandant van de Dietsche Militie/Zwarte Brigade en vanaf juni 1944 tevens VNV-arrondissementsleider. Hij was één van de leidende figuren in de organisatie van de inzet van de Nieuwe Orde-milities en met name de Dietsche Militie-Politie in de zogenaamde contra-terreur tegen de partizanen en andere groepen van het verzet in de laatste bezettingsmaanden in Limburg. Vooral de maand augustus 1944 gaat het er fel aan toe. Vanaf 7 augustus laat Huygen 50 vrijwillgers in het VNV-lokaal van Hasselt optrommelen om te worden ingezet tegen de partizanen. Na een briefing door Emiel Van Thielen (berucht onder zijn schuilnaam Max Günther, berucht Sipo-SD agent), vertrekken vijf groepen naar hun uitvalsbases: Tongeren en Blizen in het zuiden, Koersel in de mijnstreek en Bree en Neeroeteren in het noorden. Op 20 augustus '44 wordt er in Bocholt hevig slag geleverd. Gouwcommandant Huygen snelt ter plaatse samen met leden van de Sipo-SD en Duitse soldaten. Na de klopjachten rapporteert Huygen dat er acht doden zijn gevallen en 59 mensen die aangehouden werden. Na de bevrijding trachtte Huygen tijdens zijn proces zijn rol te minimaliseren maar hij gaf wel toe 'dat de inzet van de NO-milities slechts mogelijk was in die gemeenten waar de burgemeesters akkoord waren'.
|
 |
Maria Huygens |
04.10.1919
Messelbroek |
21.06.1945
Leuven
 |
Vonnis 28.02.1945. Datum van arrest: 13.04.1945. Datum verwerping gratieverzoek: 15.06.1945. Tenlastelegging : art. 118bis (administratieve collaboratie). Huygens werd op 11 maart 1945 ter dood veroordeeld voor haar samenwerking met het hoofdkwartier van de Sipo-SD in de Vital Decosterstraat te Leuven, waar zij de folteringen van gevangenen bijwoonde en er soms aan deelnam. Zij had een lief bij de Abwehr (=Duitse contra-spionage) met wie zij soms de nacht doorbracht op het 'hoofdkwartier'. Het heet dat zij soms tijdens de martelingen de liefde bedreef met één van de beulen.
|
 |
Lambert-Frans Janssens |
1919 |
21.06.1945
Leuven
 |
Janssens was een Sipo-SD agent en wass vooral actief in de streek van Leuven en Tienen. Nam samen met Sipo-SD agent Faingnaert deel aan de wraakactie in Meensel-Kiezegem waar hij deel uitmaakte vanhet beruchte Veiligheidskorps van Robert Verbelen uit Herent. Janssens, Faingnaert en Van Avondt hebben als weerwraak ook de welstellende bontwerker Guillaume Armand uit Tienen met 6 kogels in het hoofd doodgeschoten in augustus 1944. Janssens werd tijdens het beruchte Leuvense Sipo-SD proces van 1945 ter dood veroordeeld. Eén van beiden, Janssens of Faingnaert, hebben ze huilend naar de executiepaal moeten slepen.
|
| — |
Petrus Janssens |
1913 |
15.03.1945
Antwerpen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
Joy t/m Leu
 < Vlaanderen Brussel >
| FOTO |
Naam en voornaam |
Geboortedatum en -plaats |
datum en plaats
van executie |
Achtergrond en aanklacht |
| — |
Ulysse Joyeux |
1913 |
02.10.1947
Gent
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Jozef Keyl |
1918 |
29.05.1948
Gent
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Charles 'Karel' Lagast |
25.10.1908
Antwerpen |
04.05.1945
Antwerpen
 |
De journalist SS-Untersturmführer Karel Lagast was Oostfronter en vocht bij de 'SS Freiwilligen Standarte Nordwest' en bij de 'SS Freiwilligen Legion Flanderen'. Lagast werd op 17 oktober 1944 door de Antwerpse krijgsraad ter dood veroordeeld en op 4 mei 1945 gefusilleerd.Voorlopig geen verdere details bekend.
|
| — |
Maurice Lageirsse |
1893 |
06.07.1946
Brugge
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
 |
Adolf Lampaert |
17.06.1909
Merksem |
12.04.1947
Mechelen
 |
Kamp van Breendonk. Lampaert was boekhouder bij de Antwerpse Pharmacie Centrale. In januari 1941 sluit Lampaert zich aan bij de Algemeene SS-Vlaanderen. Wat later vervoegt hij de rangen van de Waffen SS en trekt naar Duitsland waar hij een opleiding krijgt bij de SS-Freiwilligen-Standarte Nordwest in Hamburg-Langehorn. Lampaert heeft er al snel genoeg van en laat zich afkeuren voor de dienst en keert terug naar België. In Brussel meldt hij zich aan bij de SIPO/SD en in september 1941 wordt Lampaert bewaker in het kamp. Hij zal dat blijven tot juni 1944. Na de bevrijding vlucht Lampaert naar Nederland om daar enkele maanden doelloos rond te zwerven. Hij keert weer naar België en kan onderduiken bij een tante die medelijden met hem had gekregen. Aan zijn vriendin schrijft hij: "Wat een leven, dat hebben wij toch niet verdient [sic] hé zoeteke." Half juni 1945 geeft hij het op en meldt zich aan bij de Belgische politie.
|
 |
Arnoldus Lampaert |
1921 |
07.05.1945
Gent
 |
|
 |
Walter Lampaert |
1892 |
07.05.1945
Gent
 |
|
| — |
Albéric Lanoote |
1900 |
23.06.1945
Tongeren
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
 |
Irma Laplasse Swertvaeger |
09.02.1904
Schore
West-Vl |
30.05.1945
Brugge
 |
Irma Laplasse had door haar verraad aan de Duitsers op 8 september 1944, de dood van acht leden van de verzetsorganisatie het Geheim Leger-Armée Secrète op haar geweten. Op 2 en 5 oktober '44 legden Irma Laplasse en haar dochter Angèle, bekentenissen af. Dochter Angèle Laplasse: "Ik heb die Duitse post gezegd: mijn broer is gevangenomen door de Witte Brigade, en ik heb gevraagd waar mijn vader was. Dit wisten ze niet. Maar ze hebben als antwoord gegeven: ge moogt gerust zijn, ge zult Uw broeder terugzien. (..) Als mijn broeder thuis kwam (rond 22u00) heeft mijn moeder verklaard dat wij beiden de Duitsers verwittigd hadden om hem te doen bevrijden. Hij heeft hierop geantwoord dat wij deze daad niet mochten gesteld hebben want dat daardoor veel mensen gedood werden. Hadden wij moeten geweten hebben dat uit deze daad zulke erge gevolgen gingen voortspruiten, dan gingen wij dit niet gedaan hebben." Irma ontkent eerst maar na confrontatie met haar dochter bekent ze toch enkele feiten en zegt: "Ik verklaar dat wat mijn dochter heeft gezegd juist is. Ik zegde: mijn zoon is gevangen. Ik heb gevraagd de jongen te verlossen." Al deze bekentenissen werden gehandtekend door de vrouwen. Die bekentenissen trokken beide vrouwen later weer in. Het mocht niet baten, de bewijzen waren duidelijk. Laplasse werd geëxecuteerd. Haar dagboek dat voor de helft door haar retroactief werd geschreven(!) moest de mythe van repressie-slachtoffer' levend houden en met succes: eind 1995/begin 1996 leidde dit tot een herziening van haar proces, een unicum in de Belgische rechtsspraak. Op 14 februari 1996 volgde het arrest van de rechtbank: levenslange opsluiting. Rechtsextreme Vlaams-nationalisten hebben nooit genoegen genomen met de twee veroordelingen van Laplasse en voeren haar nog steeds op als het icoon van de na-oorlogse repressiegolf die zogenaamd 'anti-Vlaams' zou zijn geweest. Eén van de zovele fabels die tot op heden om de gekende redenen door extreemrechts in leven worden gehouden.
|
 |
Stéphane Laureys |
16.03.1911
Genk
Limburg |
23.02.1945
Antwerpen
 |
In februari 1940 was Stephane 'Stefaan' Laurent-Albert Laureys als vrijwilliger naar Finland getrokken om tijdens de Fins-Russische
oorlog tegen het communisme te strijden. 12.000 vrijwilligers afkomstig uit vele landen maakten hiervan deel uit, onder hen ook zo'n 51 Belgen
en 17 Nederlanders. Hij kan daar maar kort gestreden hebben want al op 10 maart 1940 kwam het tot een wapenstilstand tussen Finland
en Rusland en is het avontuur ook voor Stefaan voorbij. Na het einde van de Achttiendaagse Veldtocht is Stefaan weer in Antwerpen.
Na het begin van de invasie in Rusland op 22 juni 1941 behoorde Stefaan tot het eerste contingent van vrijwilligers die in augustus
1941 naar het Oostfront vertrokken om daar tegen de geallieerde strijdkrachten te kampen. Hij wordt ingedeeld bij de 2de compagnie van het Vlaams Legioen.
Op 21 nov. 1941 wordt hij een eerste maal gewond en een 2de keer in februari 1942 en verblijft langdurig in het lazaret. In augustus 1943
wordt Laureys overgeplaatst naar de beruchte 3de Waffen-SS Panzerdivision 'Totenkopf'. Hij wordt er als Panzergrenadier ingedeeld bij de stafcompagnie van het
3de bataljon van het 6de Waffen-SS Panzergrenadierregiment Theodor Eicke. In mei 1944 wordt hij overgeplaatst naar het
Waals Legioen als vertaler en instructeur.
In het zicht van de bevrijding, desserteerde hij op 3 september 1944 en duikt onder in het appartement van zijn ouders aan
de Italiëlei te Antwerpen. De vader van Stefaan, Dr. Jan Laureys, was geneesheer en vestigde zich later als tandarts in
Antwerpen. Tijdens de bezetting was hij tandarts bij de Organisation Todt. Ten tijde van het proces van zijn zoon Stefaan en
nadien het vonnis en de executie, zat hij in Duitsland ondergedoken. Later, in 1947, werd Dr. Jan Laureys voor zijn collaboratie
door de Antwerpse krijgsraad tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. Inmiddels was Antwerpen op 4 september 1944 bevrijd en
Stefaan doolde enkele weken door het land tot hij op 25 september 1944 wordt ingerekend door twee gewapende leden van de
verzetsgroep NKB (Nationale Koninklijke Beweging). Al tien
dagen na zijn arrestatie, 5 oktober 1944, wordt hij berecht door de Antwerpse krijgsraad en ervan beticht "Belg zijnde, de wapens
tegen Belgiëte hebben opgenomen" (artikel 113 en 117 van het Strafwetboek) en na een korte beraadslaging ter dood
veroordeeld: "..de terechtstelling zal plaats grijpen in de omheining van Antwerpen". Stefaan Laureys ging op 13 oktober tegen
het vonnis in beroep maar wordt een tweede maal op 5 januari 1945 gedoodvonnist. Ook in Cassatie wordt zijn straf op 29 januari 1945
bevestigd en hij dient een genade verzoek in aan de Prins Regent Karel maar ook dat genadeverzoek wordt op 22 februari 1945 verworpen.
Op 23 februari 1945 werd Stefaan Laureys gefusilleerd in een van de binnenforten van Antwerpen. Zijn wens om in uniform voor het executiepeloton
te verschijnen, werd afgewezen.
|
| — |
René Lauwereys |
1912 |
16.06.1945
Mechelen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Arthur Leuntjens |
1922 |
21.12.1945
Leuven
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
Les t/m Pee
 < Vlaanderen Brussel >
| FOTO |
Naam en voornaam |
Geboortedatum en -plaats |
datum en plaats
van executie |
Achtergrond en aanklacht |
| — |
André Lestienne |
1909 |
19.05.1945
Brugge
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Urbain Lodewijck |
1910 |
23.05.1945
Kortrijk
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Charles 'Karel' Lorrez |
1905 |
29.05.1948
Gent
 |
Lorrez was een voormalig verzetsman (lid van de Gewapende Partizanen PA/GP!) die zich tot het nationaal-socialisme had bekeerd en sinds half juni 1943 te Gent bij de Sipo-Sd, Abt. IV.A.5 o.l.v. Kriminalsekretär en SS-Untersturmführer Johan Klinge. Lorrez bezocht in 1944 regelmatig het Gewestsecretariaat van DeVlag om er de lijsten op te halen die DeVlag opmaakte met zgn 'anglofielen', onderduikers en verzetslieden, die hij dan aan de Sipo-SD bezorgde.
|
| — |
Maurice Maebe |
1923
Zwijndrecht |
16.03.1945
Antwerpen
 |
Maebe was zowel lid van REX als van het VNV. Hij ging als vrijwilliger bij het Waals Legioen en vocht aan het Oostfront. Maebe werd op 5 oktober 1944 door de krijgsraad van Antwerpen tot de dood veroordeeld en op 16 maart 1945 gefusilleerd. Meer details ontbreken voorlopig nog.
|
| — |
Gabriël Maes |
1902 |
23.03.1946
Kortrijk
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Louis Maes |
1896 |
04.05.1948
Ieper
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
L. Honoré Melsen |
1886 |
11.06.1945
Hasselt
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Paulus Mertens |
1919 |
11.07.1945
Antwerpen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Leopoldus Moons |
1913 |
19.07.1945
Hasselt
 |
Pol Moons was oorlogsburgemeester voor het VNV in het Limburgse Koersel. Hij ontsnapte in december 1943 ternauwernood aan een aanslag door het gewapend verzet. Hij werkte nauw samen met de VNV-milities in de strijd tegen het verzet. Zo gaf hij instructies en een lijst van verdachte personen aan een 'veiligheidskorps'. Een van de lenden van dit korps behoorde daarvoor al tot de hulppolitie van Koersel, maar deed naar eigen zeggen dienst zonder uniform en moest in het geheim inlichtingen winnen in het dorp van verdachte personen. Dit 'veiligheidskorps' voerde daarna, persoonlijk begeleid door burgemeester Pol Moons, verschillende arrestaties uit.
|
| — |
Remigius 'Remi' Neyrinck |
1919 |
11.05.1945
Brugge
 |
Remi Neyrinck was Zivilfahnder, de burger- opsporingsdienst van de Feldgendarmerie. Neyrinck is zo'n typisch voorbeeld van vele collaborateurs die voordien aan de rand van de maatschappij leefden en 'twaalf stielen en dertien ongelukken' kenden. Neyrinck trok tijdens de eerste oorlogsjaren als vrijwillie arbeider naar Duitsland. Toen hij in 1943 met verlof naar huis kwam, wilde hij nadien niet meer terugkeren. Om toch een inkomen te hebben sloot hij zich aan bij de Vlaamse Wachtbrigade. Daar gebruikte hij zijn uniform om te smokkelen e werd betrapt. Hij werd door de Duitsers voor de keuze geplaatst met een lange gevangenisstraf of om zich bij de 'Ermittlungsdienst' van de Werbestelle van Dendermonde aan te melden. Deze dienst stuurde hem naar de Felgendarmerie-kazerne te Zellik waar hij een opleiding tot Zivilfahnder kreeg. Van daaruit werd hij in maart 1944 overgeplaatst naar ed Feldgendarmerie van Brugge. Neyrinck verrichtte vele aanhoudingen met geweld en was vooral actief in de streek van Oedelem.
|
| — |
Ludovicus Peereboom |
1919 |
16.03.1945
Antwerpen
 |
Ludo J. Peereboom was lid van de Germaanse SS en de Waffen SS. Voorlopig geen verdere details bekend.
|
| — |
Antoon Peeters |
1915 |
10.02.1945
Antwerpen
 |
Peeters was beroepsofficier. Hij was lid van de DeVlag en Fahnder bij de Zivilfahndung, de burgerlijke opsporingsdienst van de Geheime Feldpolizei, belast met het opsporen van werkweigeraars (voor de Duitse fabrieken), onderduikers en het verzet. Hij werd op 16 oktober door de krijgsraad van Antwerpen ter dood veroordeeld en op 10 februari 1945 gefusilleerd. Meer details ontbreken voorlopig nog.
|
|